Meer weten

www.kanker.be > gezond-leven

recepten (Stichting tegen Kanker) om lekker en gezond te blijven eten tijdens een kankerbehandeling

NICE-nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

 

Voeding en kanker

Voeding en kanker
06-06-2014

 Veel mensen worden rechtstreeks of onrechtstreeks met kanker geconfronteerd: 1 op 3 mannen en 1 op 4 vrouwen ontwikkelen een kanker tijdens hun leven.

De meest voorkomende kankers zijn borst-, prostaat-, long- en colorectaalkanker. De vraag naar informatie is dan ook groot. Het aanbod aan antwoorden ook. Spijtig genoeg circuleren er ook veel goedbedoelde maar weinig wetenschappelijke gefundeerde tips en adviezen. Wat is er echt bewezen en wat vraagt extra aandacht?


Preventie van kanker

De term kanker omvat een groep van aandoeningen die worden gekenmerkt door een anarchistische vermenigvuldiging en verspreiding van abnormale cellen. Het betreft hier een uiterst complex gebeuren maar ook voeding, overgewicht en fysieke activiteit kunnen fundamentele celprocessen ten goede of ten nadele beïnvloeden. Dr. Anne Boucquiau van de Stichting tegen Kanker gaf een overzicht van de overtuigende en de waarschijnlijk aangetoonde relaties tussen voeding, beweging en kanker. De wetenschappelijke referentie ter zake is het expertenrapport “Food, nutrition, physical activity and the prevention of cancer: a global perspective” van het “World Cancer Research Fund” (WCRF) en het “American Institute for Cancer Research” (AICR) de dato 2007. Alle informatie is beschikbaar via de website van het WCRF.


Factoren die het risico op kanker verhogen

Na roken zijn overgewicht en obesitas de tweede belangrijkste risicofactor van kanker. Mogelijk betrokken mechanismen zijn een verhoogde insulineresistentie met meer productie van het groeihormoon IGF-1 en een chronische staat van ontsteking wat de cellulaire proliferatie bevordert.
Reeds vanaf 1 glas alcohol (~ 10 g ethanol) per dag, ongeacht de soort, wordt een verhoogd kankerrisico vastgesteld. Hoe minder alcohol, hoe beter. Het gevaar schuilt vooral in het effect van acetaldehyde, het voornaamste mutagene metaboliet van ethanol. Er is ook een sterke synergie vastgesteld tussen alcohol- en tabaksgebruik.
Er is een verband gevonden tussen colorectaalkanker en veel rood vlees (dat betekent alle vleessoorten behalve gevogelte) en vleeswaren eten. Er zijn verschillende hypothesen over de achterliggende mechanismen die nog bijkomend onderzoek vergen: een te hoge inname van heamijzer, nitriet in vleesproducten, de vorming van bepaalde kankerverwekkende stoffen zoals heterocyclische amines als men vlees te lang en te hard laat bakken bij hoge temperaturen. Het WCRF-rapport bevestigt de belangrijke nutritionele waarde van vlees als bron van hoogwaardige eiwitten, ijzer, zink en vitamine B12. Daarom wordt geenszins aangeraden om vlees uit de voeding te schrappen maar wel om rood vlees te beperken tot 500 g per week, om te variëren met gevogelte, vis, eieren en peulvruchten en om vlees te combineren met veel groenten.
Een te zoute voeding verhoogt waarschijnlijk het risico op maagkanker. Te veel zout kan het maagslijmvlies aantasten en de werking van andere carcinogene bestanddelen zoals nitrosamines en de Helicobacter Pylori-bacterie versterken.
Er wordt ten slotte ook gewezen op het gevaar van voedingssupplementen met grote dosissen bèta-caroteen (20-30 mg per dag). Een nutritionele dosis bèta-caroteen (3-6 mg per dag) verlaagt daarentegen waarschijnlijk het risico op slokdarmkanker. Door te variëren met groenten en fruit zoals wortelen, groene kool, spinazie en abrikozen kan makkelijk aan de nutritionele dosis worden voldaan.


Factoren die het risico op kanker verlagen

Borstvoeding geven (bij voorkeur gedurende 6 maanden) verlaagt het risico op borstkanker bij de moeder en mogelijk het risico op overgewicht bij het kind.
Voldoende fysieke activiteit verlaagt het risico op vooral colon-, baarmoederslijmvlies- en borstkanker en het risico op overlijden door kanker. De gunstige effecten houden mogelijk verband met een verminderde insulinemie en IGF-1 aanmaak, een verbeterde intestinale transit, minder circulerende oestrogenen en een betere immuniteit.
Groenten en fruit verlagen waarschijnlijk het risico op verschillende soorten kanker door onder meer hun aanbreng van antioxidanten en vezels. Groenten en fruit zijn bovendien lijnvriendelijke voedingsmiddelen.
Melk, calciumrijke voedingsmiddelen en look verlagen waarschijnlijk het risico op colorectaalkanker en koffie het risico op baarmoederslijmvlieskanker.
Voor andere voedingsfactoren die in verband worden gebracht met kanker (bv. wettelijk toegepaste additieven in de voeding, pesticiden, rode wijn) is er vooralsnog geen of onvoldoende wetenschappelijk bewijs.


Voedings- en leefstijladvies ter preventie van kanker

De eet- en leefstijladviezen ter preventie van kanker lopen parallel met de algemene aanbevelingen voor een gezonde voeding zoals weergegeven in de actieve voedingsdriehoek.

10 samenvattende tips

  1. Eet evenwichtig en gevarieerd volgens de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
  2. Streef naar een gezond lichaamsgewicht. Beperk de inname van calorierijke voedingsmiddelen zoals vet- en suikerrijke snacks en dranken.
  3. Eet minstens  400 g groenten en fruit per dag en varieer binnen het ruime aanbod aan variëteiten en kleuren.
  4. Omwille van hun vezelinhoud zijn volkoren producten en peulvruchten aanraders.
  5. Eet niet meer dan 500 g rood vlees per week en beperk het gebruik van vleeswaren. Varieer met gevogelte, vis, eieren en vervangproducten. Deze aanbevelingen liggen in de lijn van de aanbevelingen van de actieve voedingsdriehoek.
  6. Beperk de alcoholconsumptie tot maximaal 1 glas per dag. Drink bij voorkeur geen alcohol.
  7. Beperk het gebruik van zout en sterk gezouten voedingsmiddelen. Neem in totaal niet meer dan 6 g zout (of 2400 mg natrium) per dag, inclusief het zout in verwerkte en kant-en-klare producten.
  8. Wie geen voedingstekorten heeft, heeft ter preventie van kanker geen bewezen baat bij voedingssupplementen, integendeel soms. Neem alleen supplementen in overleg met de arts.
  9. Wees minstens 30 minuten per dag matig fysiek actief (bv. stevig wandelen, fietsen) en vermijd zoveel mogelijk sedentair gedrag, dat wil zeggen niet te lang stilzitten.
  10. En ten slotte nog een extra tip voor vrouwen: geef borstvoeding gedurende bij voorkeur 6 maanden.

Deze aanbevelingen gelden ook voor wie kanker heeft gehad en de behandeling heeft afgerond.
Voeding is maar één van de vele factoren die de ontwikkeling van kanker kunnen bevorderen. Het is wel een factor waaruit nog voordeel te halen is aangezien velen nog lang niet aan de aanbevelingen voor een gezonde eet- en leefstijl voldoen. Een gezonde eet- en leefstijl stimuleren blijft daarom een belangrijke prioriteit die meer aandacht verdient dan allerhande niet-wetenschappelijk bewezen wondermiddelen en –acties.


Voeding en kankerpatiënten

Prof. Dr. Jaak Janssens, oncoloog Jessaziekenhuis Hasselt en voorzitter van de “European Cancer Prevention Organization” wees op het belang van een goed partnership met regelmatige proces- en evaluatiegesprekken tussen de oncoloog en de diëtist/nutritionist.
De voedingsnoden van kankerpatiënten veranderen tijdens de behandeling. Dat vraagt extra toezicht op de energiebalans om een goed gewicht te krijgen en te houden, op het koolhydraten- en het vetmetabolisme, op het behoud van spiermassa en -sterkte (eiwitten) en op het opvangen van voedingstekorten en nevenwerkingen van de behandeling (bv. smaakverandering, misselijkheid, spijsverteringsproblemen). Tegelijkertijd moet men ook rekening houden met de levensfase van de patiënt en de bijhorende aandachtspunten (bv. groei bij kinderen, geriatrische problemen bij ouderen) en met eventuele comorbiditeiten zoals diabetes.
De rol van de voeding verandert ook in functie van de behandelingsfase. De voeding moet vooral de behandeling ondersteunen tijdens de curatieve fase (6 maanden tot een jaar). Dit vergt nauwgezette inspanningen zoals in het leven van een atleet. Tijdens een chronische palliatieve fase moet de voeding vooral de levenskwaliteit bevorderen en malnutritie tegengaan. Prof. Janssens stelde dat er geen solide bewijzen zijn voor rechtstreekse effecten van mentale en fysieke ondersteuning via bijvoorbeeld een goede voeding en aangepast bewegingsadvies op de genezingskans en de overlevingsduur. Waarschijnlijk spelen echter wel onrechtstreekse effecten via bijvoorbeeld minder angstgevoelens en vermoeidheid, een beter zelfbeeld en het gevoel van een verbeterde levenskwaliteit.
Marika Csergö, hoofddiëtiste Institut Bordet Brussel, gaf meer toelichting bij de praktische aspecten in de nutritionele aanpak bij kanker. Belangrijke aandachtspunten zijn een snelle opsporing en behandeling van ondervoeding, een voedingsprogramma op maat van de patiënt (nutritioneel, smaak, textuur, presentatie, plaats en tijd van eetmomenten, rekening houden met eventuele nevenwerkingen), praktische tips en ideeën geven voor een optimale voedingsinname en een goede opvolging van de werkelijke voedingsnoden en -inname. Zij benadrukte ook dat het belangrijk is om tijdig met de nodige voedingsondersteuning te starten en niet pas in een verder gevorderd stadium.


Fysieke activiteit en kankerpatiënten

Barbara Van Ruymbeke, kinesitherapeut en coördinator EU’REKA-oncologische revalidatie UZ Gent, beschreef de toenemende onderzoeksaandacht voor het belang van een beweegplan op maat (cardiovasculaire training en krachttraining). Tijdens en na een kankerbehandeling draagt dit bij tot een verbetering of het behoud van fysieke fitheid en de spierkracht.

Oproep: de Stichting tegen Kanker voert onderzoek naar de perceptie en het gebruik van bij- en sondevoeding bij kankerpatiënten door middel van een enquête. Deelnemen kan tot en met 30 juni 2014 via www.kanker.be/enquetevoeding. Hoe meer patiënten meedoen, hoe meer optimale data.