NICE-nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

 

Hoe (on)gezond eet de gemiddelde Belg?

Hoe (on)gezond eet de gemiddelde Belg?
26-10-2016

Op 30 september 2016 heeft het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) nieuwe Belgische voedselconsumptiecijfers gepubliceerd. Algemene conclusie: de Belg eet nog altijd ongezond. En het is een probleem van de hele bevolking: jong en oud, mannen en vrouwen, met en zonder overgewicht, hoog- en laagopgeleid.

Bijna 3200 Belgen tussen 3 en 64 jaar zijn bevraagd

De gegevens over de voedingsinname werden verzameld tussen februari 2014 en mei 2015. Voor het eerst heeft men ook meer zicht gekregen op de voeding van kinderen tussen 3 en 15 jaar. De vorige voedselconsumptiepeiling dateert van 2004 en betrof enkel Belgen vanaf 15 jaar.

Te weinig basisvoedingsmiddelen, te veel extra's

De gemiddelde Belg eet nog niet evenwichtig en gevarieerd genoeg conform de algemene voedingsaanbevelingen. Deze tabel geeft een overzicht van de gebruikelijke consumptie van de Belgen (3-64 jaar) en enkele opvallende aandachtspunten. De Belgen eten nog te veel energierijke en nutriëntarme voedingsmiddelen en te weinig nutriëntrijke voedingsmiddelen. Als gevolg hiervan krijgen zij te veel vet en suiker naar binnen en vertonen ze tekorten aan belangrijke vitaminen en mineralen. Een belangrijk aandachtspunt in tijden waarin sommige nutriëntrijke basisproducten al te makkelijk eenzijdig met de vinger worden gewezen als de boeman van bepaalde chronische aandoeningen zoals obesitas en cardiovasculaire aandoeningen. Opdat de Belgen beter zouden voldoen aan de algemene voedingsrichtlijnen pleit het WIV ervoor om de consumptie van nutriëntrijke basisvoedingsmiddelen zoals groenten, fruit, aardappelen, volkoren producten, vis en melkproducten meer te promoten en beter beschikbaar te maken als een voor de hand liggende keuze. Hoewel er argumenten zijn om de vleesconsumptie te beperken, wijst het WIV erop dat vlees een belangrijke bron is van essentiële voedingsstoffen. Vlees volledig van het menu schrappen is niet nodig.

De gemiddelde Belg

  • drinkt te weinig water: 797 ml in plaats van minstens 1 liter;
  • eet te weinig brood en vervangproducten: 141 g in plaats van 150-360 g;
  • eet te weinig aardappelen en vervangproducten: 138 g in plaats van 210 tot 350 g; hij eet een derde minder aardappelen dan tien jaar geleden en vervangt aardappelen vaker door geraffineerde en dus ook minder vezelrijke producten zoals witte rijst en deegwaren;
  • neemt te weinig groenten: 145 g in plaats van 300 g;
  • eet te weinig fruit: 1 stuk in plaats van 2 tot 3 stuks;
  • gebruikt veel te weinig melkproducten en calciumverrijkte sojaproducten: 160 ml in plaats van de aanbevolen 450 tot 600 ml; hij eet wel voldoende kaas; omdat melk en melkproducten onze belangrijkste bron zijn van calcium heeft een dergelijke ondermaatse consumptie ook zijn weerslag op de gemiddelde calciuminname die onder de aanbevolen hoeveelheid ligt;
  • eet nog iets te veel vlees en vooral vleesproducten (111 g waarvan 63 g vleesproducten zoals vleeswaren, hamburgers en worst), maar te weinig vis en plantaardige vleesvervangers zoals peulvruchten;
  • heeft zijn gebruik van smeer- en bereidingsvet gematigd;
  • consumeert te veel voedingsmiddelen uit de restgroep van de actieve voedingsdriehoek. Dat zijn extra's zoals gesuikerde en alcoholbevattende dranken, zoetwaren en snacks de niet bijdragen tot een gezonde voeding. De restgroep is goed voor ruim 650 kcal of ongeveer een derde van de gemiddelde energie-inname. Dat is bijna drie keer de maximaal toegestane hoeveelheid. Restgroepproducten zijn ook verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de dagelijkse vet- en verzadigde vetinname, ze dragen bij tot een overmatige inname van mono- en dissachariden en weinig of niet tot de inname van vitaminen en mineralen.

Energie of calorieën

De gemiddelde energie-inname bedraagt 2149 kcal per dag (exclusief onderrapporteringen). De energie-inname van adolescenten en volwassen vrouwen tussen 18 en 39 jaar is aan de lage kant.

Te weinig complexe koolhydraten en vezels

De Belgen nemen gemiddeld te weinig koolhydraten in (44 energie% in plaats van de aanbevolen 50-55 energie%) en in verhouding te veel enkelvoudige koolhydraten (mono- en disacchariden) (21 energie% uit mono- en dissacchariden en 23 energie% uit complexe koolhydraten). Drie- tot vijfjarigen halen 27 energie% uit enkelvoudige suikers. Ook de algemene inname van voedingsvezel blijft ruim onder de aanbeveling (18 g in plaats van de aanbevolen 25 g per dag).
Deze vaststellingen zijn vermoedelijk het gevolg van het gebruik van te veel suiker, gesuikerde dranken, cakes, koeken en andere zoetwaren en van te weinig volkoren graanproducten, aardappelen, peulvruchten, groenten en fruit.

Te veel vet en verzadigd vet

De gemiddelde Belg neemt gemiddeld minder totaal vet en verzadigd vet in dan vroeger maar zit nog boven de maximaal aanbevolen hoeveelheden (36 energie% totaal vet in plaats van de aanbevolen 20-35 energie% en 13 energie% verzadigd vet in plaats van de maximaal aanbevolen 10 energie%).
Het gebruik van smeer- en bereidingsvet is gedaald. De uitdaging ligt daarom vooral in de verdere reductie van de inname van onzichtbare vetten via onder meer verwerkte vleesproducten en kaas – vandaar de voorkeur voor magere soorten - maar vooral ook via restgroepproducten zoals cakes, zoete koekjes en sauzen. Restgroepproducten zijn verantwoordelijk voor 28 % van de totale vetinname en voor 26 % van de verzadigde vet-inname.
De gemiddelde cholesterolinname (224 mg per dag) zit onder de maximaal aanbevolen hoeveelheid van 300 mg per dag.

Voldoende eiwitten

De gemiddelde Belg krijgt voldoende eiwitten binnen. Met een gemiddelde inname van 15 energie% voldoet hij aan de aanbevolen hoeveelheid en blijft hij onder de maximaal toelaatbare inname van 25 energie%.

Tekorten aan vitaminen en mineralen

Bij veel Belgen worden tekorten aan vitaminen en mineralen vastgesteld. Slechts ongeveer 20 % van de Belgen neemt voldoende vitamine B1, vitamine B6, vitamine C, foliumzuur en calcium op en maar 40 % voldoende vitamine B2. Vrouwen, kinderen en adolescenten hebben ook meer risico om te weinig ijzer in te nemen. Het is vooral zorgwekkend dat adolescenten, die nog in volle ontwikkeling zijn, het slecht doen. Slechts 5 % van de adolescenten (14-17 jaar) haalt bijvoorbeeld maar de aanbevolen hoeveelheid calcium. Een calciumtekort in een belangrijke groeifase kan een negatieve impact hebben op de botgezondheid. Meer nutriëntrijke basisvoedingsmiddelen eten kan tekorten aan essentiële voedingsstoffen helpen voorkomen.

 

Voor meer specifieke gegevens per geslacht, per leeftijd, per BMI, per opleidingsniveau en per regio, raadpleeg het rapport van het WIV: Nationale voedselconsumptiepeiling – Resultaten 2014-2015 – Rapport 4: De consumptie van voedingsmiddelen en innamen van voedingsstoffen

Bron: De Ridder K, Bel S, Brocatus L, Lebacq T, Moyersoen I, Ost C & Teppers E. De consumptie van voedings-middelen en de inname van voedingsstoffen. In: Bel S, Tafforeau J (ed.). Voedselconsumptiepeiling 2014-2015. Rapport 4. WIV-ISP, Brussel, 2016.