leestijd

Opvolgvoeding en eerste hapjes

De eerste maanden heeft een baby genoeg aan borstvoeding of zuigelingenvoeding. Vanaf 6 maanden wordt dit aangevuld met groentepap en fruitpap.

Babyvoeding

De eerste maanden heeft de baby genoeg aan melkvoeding (borstvoeding of kunstvoeding). Vanaf 6 maanden wordt borstvoeding gegeven in combinatie met een geschikte bijvoeding of -, als borstvoeding niet (meer) mogelijk is, wordt een zuigelingenvoeding vervangen door een opvolgvoeding, dat wordt gecombineerd met een geschikte bijvoeding.  

Wat is een opvolgvoeding?

Opvolgvoedingen onderscheiden zich van zuigelingenvoeding door een hoger eiwitgehalte, een iets hogere aanbreng van koolhydraten, een hogere aanbreng van ijzer, linolzuur en alfa-linoleenzuur. In combinatie met een geschikte bijvoeding voldoet ze aan de behoeften van zuigelingen vanaf de leeftijd van 6 maanden.

Mag je opvolgvoeding vervangen door gewone koemelk?

Onaangepaste koemelk is geen geschikte voeding voor de leeftijd van 36 maand. Koemelk bevat te veel eiwit, te veel elektrolyten, te weinig ijzer, essentiële vetzuren, mineralen en vitamines. Een verder gebruik van opvolgmelk (tot de leeftijd van 1 jaar) of ongezoete groeimelk (tot de leeftijd van 3 jaar) voorkomt deze moeilijkheden. Groeimelk tot 3 jaar is niet essentieel, maar maakt het makkelijker om een evenwichtig samengestelde voeding te geven, op voorwaarde dat voor niet-gezoete groeimelk met een verlaagd eiwitgehalte gekozen wordt.

Sojadranken (met uitzondering van groeimelk op basis van soja) en andere plantaardige dranken zoals haverdrink, rijstdrink, amandeldrink  zijn ongeschikte alternatieven voor moedermelk of kunstvoeding.

Eerste hapjes

Vanaf de leeftijd van 6 maanden is bijvoeding, onder de vorm van groentepap en fruitpap, rijk aan ijzer noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de toenemende nutritionele behoeften maar ook aan de normale ontwikkeling van de mondmotorische vaardigheden van het kind. Starten voor de leeftijd van 4 maanden is af te raden wegens een nog te immatuur spijsverteringsstelsel en meer risico op allergieën.

Gluten vanaf 4 maanden

Volgens nieuwe aanbevelingen moeten gluten geleidelijk ingevoerd worden na de leeftijd van 4 maanden én voor de leeftijd van 7 maanden. Het verdient aanbeveling gluten gradueel in te voeren terwijl de baby nog borstvoeding krijgt. Dit zou de incidentie van coeliakie, diabetes type 1 en een tarweallergie verminderen.

Groentepap aanvullen met vlees, vis, eieren of peulvruchten

Na de leeftijd van 6 tot 7 maanden kan aan de groentemaaltijd geleidelijk wat vlees, vis, ei (zowel de dooier als het wit van ei), peulvruchten of tofu worden toegevoegd. Vanaf nu is naast de melkvoeding water de beste drank. Ter afwisseling kunnen met mate ook lichte kruidenthee, groentesap, soep en ongezoet of vers fruitsap worden gegeven.

Broodmaaltijd

Vanaf 8 maanden start de geleidelijke overgang van een melkvoeding naar een broodmaaltijd: stukjes brood in melkvoeding, een granenpapje, op een broodkorstje sabbelen, lichtbruin brood besmeerd met vetstof. Beleg is niet noodzakelijk maar kan, bv. fruitmoes, een geplet eitje of vis. Vleeswaren en kazen worden best nog gemeden. Rauwkost kan pas vanaf 12 à 18 maanden.

Voldoende vetten

Omdat kleine kinderen een relatief energiedense voeding vragen en nood hebben aan voldoende essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen voor een optimale groei en ontwikkeling moet aan de bereiding altijd een koffielepel tot een eetlepel vetstof worden toegevoegd. Varieer en geef de voorkeur aan oliën en vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren. Ook hieraan wordt nog best een koffielepel vetstof toegevoegd.

Starten met fruit- of groentepap?

De keuze om te starten met fruitpap of met groentepap is louter traditioneel bepaald. Omwille van de ijzeraanvoer wordt de voorkeur gegeven aan groentepap. Variatie is vanaf het begin belangrijk. De voorkeur gaat naar verse of onbereide diepvriesproducten. Kant-en-klare potjesvoeding kan ter variatie. Zout toevoegen of suiker aan fruitpap toevoegen is niet nodig. Honing is ongeschikt voor baby’s jonger dan 1 jaar wegens het risico op infantiel botulisme. Meer informatie over de samenstelling, hoeveelheden en recepten is te vinden via Kind & Gezin.

Referenties
  1. Breastfeeding and the use of human milk. American Academy of Pediatrics. Pediatrics 2005;115:463-506
  2. Werkgroep Voeding van de Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde. Richtlijnen over borstvoeding en kunstvoeding voor zuigelingen van 0 tot 12 maand (versie 2012 + 2013) - te raadplegen via www.vvkindergeneeskunde.be > publicaties > richtlijnen
  3. B. Koletzko, S. Baker, G. Cleghorn, U. Fagundes Neto,  B. Lonnerdal, P. Pencharz, H. Pzyrembel, J. Ramirez-Mayans, R. Shamir, D. Turck, Y. Yamashiro and D. Zong-Yi. ESPGHAN Committee on Nutrition: Medical Position Paper. Global Standard for the Composition of Infant Formula: Recommendations of an ESPGHAN Coordinated International Expert Group. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 2005; 41: 584-599
  4. FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 februari 1991 betreffende voedingsmiddelen bestemd voor bijzondere voeding. Gecoördineerde versie 26 april 2009.
  5. J. M. Norris, K. Barriga, E. J. Hoffenberg, I. Taki, D. Miao, J. E. Haas, L. M. Emery, R. J. Sokol, H. A. Erlich, G. S. Eisenbarth, M. Rewers. Risk of Celiac Disease Autoimmunity and Timing of Gluten Introduction in the Diet of Infants at Increased Risk of Disease. JAMA 2005; 293 (19): 2343-2351
  6. C. Agostoni, T. Decsi, M. Fewtrell, O. Goulet, S. Kolacek, B. Koletzko, K. Fleischer Michaelsen, L. Moreno, J. Puntis, J. Rigo, R. Shamir, H. Szajewska, D. Turck and J. van Goudoever. Complementary Feeding: A Commentary by the ESPGHAN Committee on Nutrition. J Pediatr Gastroenterol Nutr 2008; 46: 99-110
  7. Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde. Nieuwe richtlijn gluten (9 november 2008) – te raadplegen via www.vvkindergeneeskunde.be > publicaties > richtlijnen

OP DEZE PAGINA