Onze macronutriëntinname in beeld: resultaten Voedselconsumptiepeiling 2022-2023

Leestijd: 14 min

De Belgische voedselconsumptiepeiling (VCP) brengt de voedingsgewoonten van de Belgische bevolking in kaart. Ze toont niet alleen welke voedingsmiddelen de Belgische bevolking eet, maar ook hoe dit zich vertaalt naar de inname van energie en voedingsstoffen. Dit artikel zoomt in op de verschillende macronutriënten.

Laatst bewerkt op: 6 november 2025
Gepubliceerd op: 6 november 2025
Onze macronutriëntinname in beeld: resultaten Voedselconsumptiepeiling 2022-2023

De Belgische Voedselconsumptiepeiling 2022-2023 werd uitgevoerd door Sciensano. De resultaten zijn gepubliceerd in juni 2025.

Tussen maart 2022 en december 2023 werden de eet- en drinkgewoonten van 3.777 Belgen vanaf 3 jaar in kaart gebracht. De gegevens over voedingsmiddelen werden vervolgens gekoppeld aan voedingsmiddelensamenstellingstabellen. Daaruit kon de inname van voedingsstoffen worden berekend.

Houd bij het lezen van de resultaten rekening met enkele belangrijke aandachtspunten. Je vindt ze onderaan het artikel.

BEKNOPT

  • De meest recente Belgische Voedselconsumptiepeiling 2022-2023 laat zien dat er nog belangrijke aandachtspunten zijn in het Belgische voedingspatroon om gezond en volwaardig te zijn.
     
  • Veel Belgen halen de richtwaarden voor koolhydraten en vooral voor voedingsvezels niet. Bij kinderen ligt de suikerinname hoog.
     
  • Er worden in het algemeen voldoende eiwitten ingenomen. Bij 65-plussers en laag opgeleiden voldoet ongeveer 20% echter niet aan de referentiewaarde per kg lichaamsgewicht.
     
  • De gemiddelde inname van verzadigde vetzuren blijft te hoog, die van omega 3-vetzuren te laag.
     
  • De gemiddelde inname van cholesterol en transvetzuren blijven binnen de aanbevelingen.
     
  • De waterinname blijft stabiel rond 2 liter per dag.
     
  • Sinds 2014-2015 zijn weinig voedingsgewoonten veranderd. Dit benadrukt de complexiteit en het belang van doordachte voedingseducatie en -sensibilisatie.

Energie-inname

Energie vormt de basis van ons functioneren. Via koolhydraten, eiwitten en vetten voorziet voeding ons lichaam van de nodige brandstof om vitale processen, zoals metabolisme, temperatuurregeling, spieractiviteit en weefselsynthese, te ondersteunen.

De energiebehoefte van een individu hangt af van leeftijd, lichaamsbeweging en fysiologische toestand. Een goede energiebalans is cruciaal: een overschot leidt tot opslag in de vorm van vet, een tekort kan risico’s met zich meebrengt, zeker bij kinderen en adolescenten in volle groei.

  • De gemiddelde energie-inname van de Belgen is 1.782 kcal per dag.
  • De gemiddelde energie-inname is het laagst bij kinderen (1529 kcal per dag), gevolgd door volwassenen van 65 jaar en ouder (1685 kcal per dag). De energie-inname is hoger bij adolescenten (1803 kcal per dag) en volwassenen van 18-64 jaar (1860 kcal per dag).
  • Mannen nemen gemiddeld meer energie in dan vrouwen (2.002 versus 1.568 kcal per dag).
  • Er is geen verschil tussen opleidingsniveaus.
  • Ten opzichte van 2014–2015 is de gemiddelde energie-inname bij de bevolking tussen 3 en 64 jaar licht gedaald (met zo’n 80 kcal).

Een belangrijke kanttekening hierbij is een mogelijk foutieve rapportering van energie-inname. Ongeveer 30% van de deelnemers werd geïdentificeerd als mogelijke onderrapporteerder.
Dit betekent dat deze resultaten met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd.
 

Lees meer in het rapport van Sciensano

 

Koolhydraten

Koolhydraten zijn een belangrijke energiebron voor het lichaam. Ze worden omgezet in glucose, de primaire energiebron voor de hersenen en de spieren. Koolhydraten komen in verschillende vormen voor in de voeding.

Koolhydraten uit volkorenproducten, fruit, groenten, peulvruchten, noten en zaden krijgen de voorkeur in een gezonde voeding. Zij brengen vooral polysachariden aan in combinatie met voedingsvezels. In fruit (fructose) en melk (lactose) komen van nature ook enkelvoudige koolhydraten (mono- en disachariden) voor. Ze worden ook intrinsieke suikers genoemd.

Enkelvoudige koolhydraten in de vorm van toegevoegde suikers moeten zoveel mogelijk worden beperkt: een hoge inname verhoogt het riscio op chronische aandoeningen en tandcariës. Toegevoegde suikers zijn niet nodig in een gezonde voeding.

  • De gemiddelde totale inname van koolhydraten is 190 g per dag, goed voor 43 energie%.
  • 61 % van de bevolking neemt te weinig koolhydraten in en blijft onder de referentie-inname van 45 tot 60 energie%. Sinds 20214-2015 is dat aandeel bij mensen tussen 3 en 64 jaar tevens gestegen van 53% naar 59%. Bijna niemand (0,6%) neemt globaal te veel koolhydraten in (meer dan 60 energie%).
  • Er is geen verschil tussen opleidingsniveaus.
  • De groep ‘granen en graanproducten’ dragen het meest bij aan de totale koolhydraatinname (39%), gevolgd door de groepen ‘gebak en koekjes’ (11%) en ‘suiker en suikerwaren’ (9%). De groepen ‘fruit dragen bij voor ongeveer 9%, ‘aardappelen en knolgewassen’ voor 7,5%, ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ voor 7% en ‘groenten’ voor slechts 3%.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Resultaten over de totale inname van mono- en disachariden

(van nature voorkomende intrinsieke suikers in voedingsmiddelen plus toegevoegde suikers).

  • Mono- en disachariden dragen voor gemiddeld 19% bij aan de energie-inname.
  • Deze bijdrage is het hoogst bij kinderen (23 energie%) en het laagst bij volwassenen van 18–64 jaar (18 energie%).
  • De belangrijkste bronnen van enkelvoudige koolhydraten zijn de groepen ‘suiker en suikerwaren’ (19%), ‘fruit’ (17%), ‘niet-alcoholische dranken’ (14%), ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (14%) en ‘gebak en koekjes’ (13%).
    De bijdrage uit fruit betreft intrinsieke suikers (fructose), de bijdrage uit melkproducten betreft intrinsieke suikers (lactose) plus naargelang het product eventueel ook een deel toegevoegde suikers. Check hiervoor de ingrediëntenlijst.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano

 

Voedingsvezels

Voedingsvezels zijn onverteerbare koolhydraten die een belangrijke rol spelen in verzadiging, darmfunctie en metabolische gezondheid.

  • De gemiddelde vezelinname is 16 g per dag. Dat ligt ruim onder de referentie-inname van 25 g per dag voor volwassenen.
  • Mannen hebben een hogere gemiddelde inname dan vrouwen (17 versus 15 g per dag).
  • De gemiddelde inname van voedingsvezels bij kinderen (3 tot 9 jaar) is 14 g per dag en bij adolescenten (10 tot 17 jaar) 15 g per dag. Deze vezelinname is vaak ook te laag in vergelijking met de referentie-inname voor kinderen en adolescenten (tussen 4 en 10 jaar: 14 tot 16 g per dag en tussen 11 en 17 jaar: 19 tot 21 g per dag).
  • De gemiddelde inname neemt toe met opleidingsniveau (van gemiddeld 15 naar 18 g per dag).
  • Sinds 2014-2015 is de gemiddelde inname niet gewijzigd.
  • De belangrijkste bronnen van voedingsvezels zijn de groepen ‘granen en graanproducten’ (35%), ‘groenten’ (19%), ‘fruit’ (13%) en ‘aardappelen en knolgewassen’ (8%). Dierlijke producten leveren geen bijdrage aan de inname van voedingsvezels. De bijdrage van plantaardige alternatieven voor vlees en zuivel, noten, zaden en olijven en peulvruchten is telkens lager dan 3%.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano

 

Eiwitten

Eiwitten ondersteunen groei, herstel en onderhoud van weefsels. Ze spelen een rol in het behoud van spiermassa, botgezondheid en een goed functionerend immuunsysteem. Tekorten leiden tot spierafbraak en verhoogd risico op botbreuken. Een overmatige eiwitinname kan de nieren belasten en ertoe leiden dat eiwitten als energiebron worden gebuikt in plaats van als een structurele en functionele bouwstof.

De eiwitbehoefte kan variëren naargelang specifieke levensfasen (bv. zwangerschap, groei en ontwikkeling, ouderdom, topsport).

  • De gemiddelde eiwitinname is 69 g per dag of 16 energie%.
  • Mannen nemen gemiddeld meer eiwitten in dan vrouwen (77 g versus 60 g per dag)
  • Bij 90% van de bevolking valt de eiwitinname binnen de referentie-inname van 10 tot 20 energie%, 9% neemt minder dan 10 energie% eiwitten in en 1% meer dan 20 energie% eiwitten.
  • 16% van de volwassenen van 18 tot 64 jaar en 20% van de volwassenen van 65 jaar en ouder halen de referentie-inname per kilogram lichaamsgewicht niet (0,83 g per kg lichaamsgewicht per dag).
  • Meer personen met een laag opleidingsniveau halen de referentie-inname per kilogram lichaamsgewicht niet (0,83 g per kg lichaamsgewicht per dag) (18% versus 8%)
  • Het percentage personen in de leeftijd van 3 tot 64 jaar met een te lage eiwitinname per kilogram lichaamsgewicht is gestegen van 7% in 2014-2015 naar 12% in 2022-2023.
  • De belangrijkste eiwitbronnen is de groep ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (35%), gevolgd door de groep ‘granen en graanproducten’ (21%), ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (17%) en ‘vis en schaal- en schelpdieren’ (6%). De groep ‘groenten’ draagt maar voor 4% bij en de groepen ‘noten, zaden en olijven’ en ‘peulvruchten’ elk voor minder dan 1%.
    De eiwitsamenstelling van plantaardige alternatieven kan sterk variëren naargelang de gebruikte ingrediënten en de samenstelling van het product.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano  

 

Vetten

Vetten leveren niet alleen energie maar ook essentiële vetzuren. Ze ondersteunen tevens de opname van vetoplosbare vitaminen (A, D, E en K).

  • De gemiddelde inname van totaal vet is 74 g per dag.
  • Belgen halen gemiddeld 37energie% uit totaal vet.
  • 62% van de bevolking overschrijdt de referentie-inname voor totaal vet (20 tot 35 energie%).
  • De gemiddelde totale vetinname is niet gewijzigd, maar het gemiddelde energie% vet in de voeding is wel toegenomen bij 3 tot 64-jarigen. Het percentage met een vetinname binnen de referentie-inname daalde van 52% in 2014-2015 naar 36% in 2022-2023. 
  • Er is weinig of geen verschil tussen opleidingsniveaus.
  • De belangrijkste bronnen van vet zijn de groepen ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (19%), ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (18%) en ‘vetten en oliën’ (17%). De groep ‘gebak en koekjes’ draagt bij voor 11% aan de totale vetinname.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Er zijn verschillende soorten vet

Overmatige consumptie van verzadigde vetzuren (VV) kan het risico op hart- en vaatziekten verhogen. Bepaalde verzadigde vetzuren (laurinezuur, myristinezuur en palmitinezuur) verhogen de LDL- of zogenaamde ‘slechte’ cholesterol.

Vetten rijk aan enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV) en/of meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV) krijgen de voorkeur in een gezonde voeding. Zij helpen het risico op hart- en vaatziekten te verlagen en de insulinegevoeligheid te verbeteren.

Het meervoudig onverzadigde omega 6-vetzuur linolzuur en de meervoudig onverzadigde omega 3-vetzuren alfalinoleenzuur, maar ook EPA en DHA, worden als essentiële vetzuren beschouwd. Ons lichaam kan ze niet of in onvoldoende mate aanmaken. Wat nodig is moeten we uit de voeding halen.
 

Enkelvoudig onverzadigde vetzuren (EOV)

  • De gemiddelde bijdrage van EOV aan de energie-inname is 15 energie%. Deze is sinds 2014-2015 in de bevolking van 3 tot 64 jaar gestegen (van 12 naar 15 energie%).
  • 91% van de bevolking valt binnen de referentie-inname van 10 tot 20 energie%. Dat percentage is sinds 2014-2015 bij de bevolking van 3 tot 64 jaar gestegen van 83% naar 92%.
  • Er is geen verschil volgens opleidingsniveau.
  • De belangrijkste bijdrage aan EOV komt uit de groepen v’lees en plantaardige alternatieven’ (21%) en ‘vetten en oliën’ (18%), gevolgd door de groepen ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (13%), ‘sauzen, kruiden en specerijen’ (12%) en ‘gebak en koekjes’ (10%).
    Vlees en plantaardige alternatieven en melk, melkproducten en plantaardige alternatieven zijn niet de rijkste bronnen van EOV, maar door de mate waarin ze geconsumeerd worden door de bevolking in België leveren ze een hoge bijdrage aan de totale inname van EOV.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Meervoudig onverzadigde vetzuren (MOV)

  • De gemiddelde bijdrage van MOV aan de energie-inname is 6 energie%.
  • 74% van de bevolking valt binnen de referentie-inname van 5 tot 10 energie%, 24 % zit eronder en 2% erboven.  Kinderen scoren minder vaak goed dan volwassenen (18-64 jaar) (66 versus 75%). Meer mensen met een laag opleidingsniveau scoren hier beter dan mensen met een hoog opleidingsniveau (76 versus 70%)
  • De belangrijkste bijdrage aan MOV komt uit de groepen ‘vetten en oliën’ (20%) en ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (19%), gevolgd door de groepen ‘granen en graanproducten’ (14%), ‘sauzen, kruiden en specerijen’ (13%) en ‘gebak en koekjes’ (8%). De groepen ‘noten, zaden en olijven’ en ‘vis en schaal- en schelpdieren’ dragen elk voor ongeveer 3% bij aan de inname van MOV.
    Vlees en plantaardige alternatieven zijn niet de rijkste bronnen van MOV, maar door de mate waarin ze geconsumeerd worden door de bevolking in België leveren ze een hoge bijdrage aan de totale inname van MOV.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Meervoudig onverzadigde omega 6-vetzuren

  • De gemiddelde bijdrage van omega 6-vetzuren aan de energie-inname is 5,1 energie%, waarvan 4,9 energie% uit linolzuur (LA).  Hiermee voldoet de gemiddelde bevolking aan de referentie-inname van 4 energie% uit LA.
  • De bijdrage van omega 6-vetzuren aan de energie-inname is bij de bevolking van 3 tot 64 jaar gestegen van 4,8 naar 5,1 energie% tussen 2014-2015 en 2022-2023. De bijdrage van LA bleef stabiel.
  • De belangrijkste bijdrage aan omega 6-vetzuren komt uit de groepen ‘vetten en oliën’ (21%) en ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (19%), gevolgd door de groepen ‘granen en graanproducten’ (15%), ‘sauzen, kruiden en specerijen’ (12%) en ‘gebak en koek’ (8%).
    Vlees en plantaardige alternatieven zijn niet de rijkste bronnen van omega 6-vetzuren, maar door de mate waarin ze geconsumeerd worden door de bevolking in België zorgen ze een hoge bijdrage aan de totale inname van omega 6-vetzuren.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Meervoudig onverzadigde omega 3-vetzuren

  • De gemiddelde bijdrage van omega 3-vetzuren aan de energie-inname is 0,9 energie% (onder de referentie-inname van minstens 1 energie%), waarvan 0,8 energie% uit alfa-linoleenzuur (ALA) (boven de referentie-inname van minstens 0,5 energie%).
  • De inname neemt toe met de leeftijd: kinderen (3-9 jaar) en adolescenten (10-17 jaar) hebben een inname van 0,7 energie%, volwassenen van 18-64 jaar een inname van 0,9 energie%, en volwassenen van 65 jaar en ouder een inname van 1 energie%.
  • De bijdrage van omega 3-vetzuren aan de energie-inname is bij de bevolking van 3 tot 64 jaar gestegen van 0,7 naar 0,8 energie% tussen 2014-2015 en 2022-2023.
  • De belangrijkste bijdrage aan omega 3-vetzuren komt uit de groepen ‘vetten en oliën’ (19%), ‘sauzen, kruiden en specerijen’ (waaronder sauzen, dressings en smeersalades op basis van mayonaise die vis of schaal- en schelpdieren bevatten) (17%) en ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (16%) gevolgd door de groepen ‘granen en graanproducten’ (10%) en ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (9%). De groep ‘vis en schaal- en schelpdieren’ draagt voor 7% bij en de groep ‘noten, zaden en olijven’ voor slechts 2%.
    Vlees en plantaardige alternatieven zijn niet de rijkste bronnen van omega 3-vetzuren, maar door de mate waarin ze geconsumeerd worden door de bevolking in België zorgen ze een hoge bijdrage aan de totale inname van omega 3-vetzuren.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Verzadigde vetzuren (VV)

  • De gemiddelde bijdrage van VV aan de energie-inname is 14 energie%.
  • 92% van de bevolking overschrijdt de referentie-inname van maximaal 10 energie%. Dat percentage is sinds 2014-2015 bij de bevolking van 3 tot 64 jaar gestegen van 87% naar 92%.
  • Er is geen verschil volgens opleidingsniveau.
  • De belangrijkste bijdrage aan VV komt uit de groep ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (29%), gevolgd door de groepen ‘vlees en plantaardige alternatieven’ (19%), ‘vetten en oliën’ (14%), ‘gebak en koekjes’ (14%) en ‘suiker en suikerwaren’ (7%).
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Cholesterol

Cholesterol is nodig voor celmembranen en hormoonproductie. Een hoog bloedcholesterolgehalte en een verstoorde balans tussen LDL- en HDL-cholesterol verhogen het risico op hart- en vaatziekten.

Cholesterol komt enkel voor in dierlijke voedingsmiddelen maar wordt ook door het lichaam zelf aangemaakt.

  • De gemiddelde cholesterolinname bedraagt 217 mg per dag en ligt dus onder de referentie-inname van maximaal 300 mg per dag.
  • Mannen hebben doorgaans een hogere inname dan vrouwen (242 versus 193 mg per dag).
  • De gemiddelde cholesterolinname is bij de bevolking van 3 tot 64 jaar niet gewijzigd tussen 2014-2015 en 2022-2023.
  • De groep ‘vlees en plantaardige alternatieven’ levert de grootste bijdrage aan de inname van cholesterol (39%), gevolg door de groep ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ (21%), ‘eieren’ (11%), ‘gebak en koekjes’ (9%) en ‘vis en schaal- en schelpdieren’ (6%).
    Cholesterol zit enkel in producten/ingrediënten van dierlijke oorsprong.  
     

Lees meer in het rapport van Sciensano
 

Transvetzuren

Transvetzuren verhogen het LDL-cholesterol en verlagen het HDL-cholesterol, waardoor het risico op hart- en vaataandoeningen toeneemt. Natuurlijke transvetzuren komen in kleine hoeveelheden voor in vlees en melk van herkauwers. Industriële varianten ontstaan bij gedeeltelijke hydrogenering van oliën en zijn vooral in bewerkte voedingsmiddelen aanwezig. Er wordt aangeraden om vooral de inname van industriële transvetzuren zoveel mogelijk te beperken. Het proces van gedeeltelijke hydrogenering wordt echter nog maar zelden toegepast.

  • De gemiddelde inname is 0,4 energie%.
  • Er is geen verschil tussen mannen en vrouwen en volgens opleidingsniveau.
     

Lees meer in het rapport van Sciensano

 

Water

Water vormt 50–70% van het lichaamsgewicht. Het reguleert de lichaamstemperatuur, smeert gewrichten, beschermt organen en transporteert voedingsstoffen. Door transpiratie, urine, ontlasting en ademhaling verliest het lichaam voortdurend vocht, waardoor voldoende water innemen essentieel is.

  • De gemiddelde waterinname bedraagt 2130 g per dag: 2256 g voor mannen en 2007 g voor vrouwen. De referentie-inname is 2500 g per dag voor volwassen mannen en 2000 g per dag voor volwassen vrouwen.
  • Er is geen significante verandering sinds 2014–2015.
  • De belangrijkste bron is de groep ‘niet-alcoholische dranken’ (61%). De groepen ‘groenten’ en ‘melk, melkproducten en plantaardige alternatieven’ leveren elk ongeveer 7% van de totale inname. De groepen ‘fruit’ en ‘alcoholische dranken’ dragen respectievelijk 5% en 4% bij. 
     

Lees meer in het rapport van Sciensano  

Aandachtspunten bij het onderzoek en de resultaten

  • De gebruikelijke innames werden berekend met het statistische programma SPADE® en waar mogelijk getoetst aan internationale referentiewaarden, zoals die van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Waar mogelijk zijn de gehanteerde referentiewaarden telkens te raadplegen via de achterliggende link.
  • Vergelijkingen met de resultaten van de VCP 2014-2015 zijn enkel mogelijk voor de leeftijdsgroep van 3 tot 64 jaar. 65-plussers zijn toen niet bevraagd.
  • Bij de interpretatie van de resultaten moet rekening worden gehouden met een aantal beperkingen van het onderzoek zoals seizoensvariatie, recall-bias en onderrapportage (hij of zij geeft minder aan dan werkelijk geconsumeerd). Dit betekent dat de resultaten met enige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd (meer lezen over de onderzoeksmethode).
  • Voor meer informatie over welke voedingsmiddelen de productgroepen omvatten die bijdragen tot de inname van voedingsstoffen: https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/voedselconsumptie
  • Een productgroep kan producten met een uiteenlopende voedingswaarde omvatten: de samenstelling van vlees, zuivel en hun plantaardige alternatieven kan sterk uiteenlopen. De bijdrage van een voedingsmiddel wordt ten slotte niet alleen bepaald door zijn gehalte aan een bepaalde voedingsstof maar ook door zijn gebruikshoeveelheid.
Referenties
  1. Sciensano. Macronutrienten. Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België - https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macro-en-micronutrienten/macronutrienten

  2. Sciensano. Macronutriënten: Cholesterol, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/cholesterol

  3. Sciensano. Macronutrienten: Eiwitten, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/eiwitten

  4. Sciensano. Macronutrienten: Energie, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/energie

  5. Sciensano. Macronutrienten: Enkelvoudig onverzadigde vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/enkelvoudig-onverzadigde-vetzuren

  6. Sciensano. Macronutriënten: Koolhydraten, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/koolhydraten  

  7. Sciensano. Macronutrienten: Meervoudig onverzadigde vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/meervoudig-onverzadigde-vetzuren

  8. Sciensano. Macronutriënten: Mono- en disacchariden, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/transvetzuren

  9. Sciensano. Macronutriënten: Mono- en disachariden, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/koolhydraten-en-voedingsvezels/mono-en-disachariden

  10. Sciensano. Macronutrienten: Omega-3 vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/omega-3-vetzuren

  11. Sciensano. Macronutrienten: Omega-6 vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/omega-6-vetzuren

  12. Sciensano. Macronutriënten: Polysachariden, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/koolhydraten-en-voedingsvezels/polysachariden

  13. Sciensano. Macronutrienten: Totaal vet, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/totaal-vet

  14. Sciensano. Macronutrienten: Verzadigde vetzuren, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/vetten/verzadigde-vetzuren

  15. Sciensano. Macronutriënten: Voedingsvezels, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België„ https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/koolhydraten-en-voedingsvezels/voedingsvezels

  16. Sciensano. Macronutriënten: Water, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussels, Belgium, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/macronutrienten/water

Lees meer

Onze vitamine-inname in beeld: resultaten Voedselconsumptiepeiling 2022-2023

De Belgische voedselconsumptiepeiling brengt onze voedingsgewoonten in kaart. Hoe zit het met onze inname van vitaminen?

Onze mineraleninname in beeld: resultaten Voedselconsumptiepeiling 2022-2023

De Belgische voedselconsumptiepeiling brengt onze voedingsgewoonten in kaart. Hoe zit het met onze inname van mineralen?

Wat zegt de Voedselconsumptiepeiling 2022-2023 over onze voedingsinname?

De Belgische voedselconsumptiepeiling brengt onze voedingsinname in kaart. Wat zijn de algemene conclusies en verdere aanbevelingen

OP DEZE PAGINA