leestijd

Aandacht voor vetten en koolhydraten bij diabetes

Koolhydraten vragen bij diabetespatiënten bijzondere aandacht. Inzicht in de hoeveelheid en het type koolhydraten in voedingsmiddelen is essentieel voor een goed evenwicht tussen voeding, lichaamsbeweging en medicatie. Door het verhoogde risico voor de ontwikkeling van hart- en vaatziekten, krijgen vetten in de voeding extra aandacht. Hierbij gaat het vooral om het beperken van verzadigde vetzuren en vervangen door onverzadigde vetzuren.  

Koolhydraten & vetten_diabetes

Waarom vergen koolhydraten aandacht?

Mensen bij wie te veel suiker in het bloed is vastgesteld moeten aandacht hebben voor de totale hoeveelheid koolhydraten in hun voeding. Mensen met diabetes type 1 moeten de hoeveelheid insuline afstemmen op hun koolhydraatinname. Mensen met diabetes type 2 die orale diabetesmedicatie nemen, moeten hun koolhydraatinname eerder spreiden over verschillende maaltijden. Het betreft hier zowel zetmeel, suikers als voedingsvezels.

Hoeveel koolhydraten mogen diabetespatiënten eten?

Afhankelijk van de eiwit- en vetaanbreng, kan de koolhydraatinname variëren tussen de 35 en 65 % van de totale dagelijkse energie-inname. Koolhydraten uit volkoren producten, aardappelen, fruit, groenten, peulvruchten en melkproducten genieten de voorkeur. Zij brengen naast koolhydraten ook andere essentiële voedingsstoffen aan zoals voedingsvezels, vitaminen en mineralen alsook diverse gezondheidsbevorderende bioactieve stoffen. Hoeveel een diabetespatiënt precies mag eten is verder individueel te bepalen in functie van de energiebehoefte, van de koolhydraatsamenstelling van de te consumeren voedingsmiddelen en van zijn medicatie/insuline. Rekening houdend met deze verschillende factoren kan een diëtist in samenspraak met de patiënt een persoonlijk dagschema opstellen en nadien, waar nodig, bijsturen. Een diëtist kan berekenen hoeveel koolhydraten een patiënt nodig heeft en hoe de verdeling over de verschillende maaltijden er best uitziet.
De koolhydraatinname kan in sommige gevallen lager dan 35 tot 65 energie% zijn bijvoorbeeld in het geval van een koolhydraatbeperkte voeding. Een koolhydraatarme voeding kan worden ingezet als voedingstherapie bij diabetes type 2. Sommige studies zien verbeteringen in de diabetesregeling op korte termijn, terwijl andere studies dit effect dan weer niet vinden. Omdat het effect van een koolhydraatarme voeding op de glycemie, het lipidenprofiel en gewichtsverlies niet eenduidig is, wordt het niet standaard toegepast maar kan het bij sommige individuen een mogelijke strategie zijn in de behandeling van diabetes type 2.

Lees het standpunt van de VBVD en de Diabetes Liga
over koolhydraatarme voeding bij diabetes type 2

Mogen diabetespatiënten suiker eten?

Suiker was vroeger totaal uit den boze in een diabetesvoeding. De huidige inzichten zijn meer genuanceerd. Indien gewenst en op voorwaarde dat de glycemiecontrole het toelaat, is het gebruik van vrije suikers tot maximum 10 % (en volgens het WHO bij voorkeur zelfs maximum 5 %) van de totale energieaanbreng of maximum 50 g per dag aanvaardbaar, en dit zowel bij type 1 als bij type 2 diabetes. Dit komt overeen met de algemene voedingsaanbevelingen voor gezonde personen.
Onder vrije suikers wordt verstaan: alle monosachariden (bv. druivensuiker of glucose, fructose) en disachariden (sucrose of sacharose) die tijdens het productieproces, het kookproces of bij consumptie worden toegevoegd. Onder deze term vallen dus gewone tafelsuiker maar ook rietsuiker en de natuurlijke suikers afkomstig van honing, stroop en fruitsap(concentraten).

Hoe tel ik koolhydraten aan de hand van koolhydraatruilwaarden?

Bij een behandeling met een insulineschema waarbij de dosis onmiddellijk aanpasbaar is (multiple injectiesysteem, insulinepomp), is aandacht voor het aanbrengen van koolhydraten van groot belang. Om een goed idee te krijgen van de koolhydratenaanbreng van voedingsmiddelen blijft het gebruik van koolhydraatruilwaarden handig.
Het systeem van koolhydraatruilwaarden is gebaseerd op het ruilen van producten met eenzelfde hoeveelheid koolhydraten binnen een maaltijd. Als basis voor het ruilwaardesysteem wordt één snede brood (30 g) gebruikt. De hoeveelheid koolhydraten in één snede brood varieert tussen 12 en 13 g. Eén koolhydraatruilwaarde komt dus overeen met 12-13 g koolhydraten. Om ervoor te zorgen dat een persoon met diabetes gevarieerd kan eten, gaat men na hoeveel van een andere koolhydraatbevattend voedingsmiddel hij kan gebruiken om eenzelfde hoeveelheid koolhydraten op te nemen als één snee brood van 30 g. Zo kan bijvoorbeeld 20 g muesli 30 g bruin brood vervangen zonder het insulineschema te beïnvloeden. Meer gedetailleerde lijsten zijn te verkrijgen bij de diëtist.

Wat is de invloed zoetstoffen en vervangsuikers op het bloedsuikergehalte?

Intensieve zoetstoffen zoals aspartaam, acesulfaam K, cyclamaat, saccharine, steviolglycoside (= zoetstof uit stevia) en sucralose hebben geen invloed op het bloedsuikergehalte en leveren een te verwaarlozen hoeveelheid energie. Polyolen zoals maltitol, xylitol, sorbitol en isomalt, voedingsvezels zoals inuline, oligofructose, polydextrose en tagatose hebben bij matig gebruik slechts weinig invloed op de bloedsuiker en leveren minder energie dan gewone suiker. Fructose, honing en stropen zoals glucosestroop, moutstroop, cichoreistroop, agavestroop, ahornstroop hebben wel invloed op de bloedsuiker en leveren evenveel energie als suiker.

Is fructose een goede suikervervanger voor mensen met diabetes?

Fructose is als suikervervanger nog altijd populair in zogenaamde dieetproducten voor diabeten (bv. suikervrije chocolade, koekjes). Hoewel fructose in vergelijking met sucrose een lage postprandiale glycemiestijging geeft, wordt deze monosacharide niet aangeraden als vervanging van suiker. Fructose wordt in de lever immers gemetaboliseerd tot glucose en heeft zo uiteindelijk toch een zekere invloed op het bloedsuikergehalte. Een hoge aanbreng van fructose (meer dan 12 energie%) verhoogt bovendien het triglyceridengehalte in het bloed en zo ook het risico op hart- en vaatziekten. Een normale inname van fructose via de aanbevolen hoeveelheid fruit en groenten stelt geen problemen. Sommige dieetproducten voor diabeten gezoet met fructose kunnen bovendien rijk zijn aan vet en verzadigde vetzuren.

Waarom is de vetinname belangrijk bij diabetes?

Diabetes verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Vandaar dat diabetespatiënten ook op hun vetinname moeten letten. Het is hierbij niet alleen belangrijk om de totale hoeveelheid vet in het oog te houden en waar nodig te beperken (vooral bij overgewicht), ook de vetzuursamenstelling vergt de nodige aandacht. De aanbevelingen voor vetten in een diabetesvoeding zijn vergelijkbaar met de aanbevelingen voor vetten in een gezonde voeding.
Sommige verzadigde vetzuren verhogen de totale bloedcholesterol, vooral via de LDL-cholesterol en dus ook het cardiovasculaire risico. De inname van te veel transvetzuren is eveneens schadelijk voor hart- en bloedvaten en verhoogt de kans op het ontstaan van type 2 diabetes. Daarnaast verhogen verzadigde vetzuren en transvetzuren de postprandiale insulinemie bij obese personen met type 2 diabetes. Omwille van deze redenen worden verzadigde vetzuren en transvetzuren in de voeding dus best beperkt tot maximaal 10 energie% en zo laag mogelijk respectievelijk.
Er is weinig verschil tussen de impact van enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetzuren (maximaal 10 energie%) op het lipidenprofiel en de glycemie bij diabetes. Een hoge inname van zowel omega 6-vetzuren als omega 3-vetzuren vermindert het risico op het ontstaan van diabetes type 2. Bovendien resulteert een optimale verhouding tussen omega 3- en omega 6-vetzuren van ongeveer 4 in een verlaging van het risico op fatale cardiale aandoeningen bij diabetes. In het huidige voedingspatroon bedraagt de gemiddelde verhouding gemakkelijk 10 of meer, voornamelijk door een ondermaats gebruik van omega 3-vetzuren.

Moeten diabetici meer of minder eiwitten innemen?

Voor gezonde personen geldt de aanbeveling van 15 energie%. Als er geen aanwijzingen zijn voor nefropathie is 10 tot 20 energie% eiwit aanbevolen (of ongeveer 1 g eiwit per kg lichaamsgewicht). Voor 2000 kcal komt dit overeen met 50 tot 100 g eiwitten per dag. Meer dan 20 energie% eiwitten wordt afgeraden ter preventie van nefropathie (een mogelijke complicatie bij diabetes).
Bij diabetes type 1 met nefropathie adviseert men 0,8 g eiwitten per kg lichaamsgewicht. Bij beginnende nefropathie (micro-albuminurie) zijn er geen eenduidige adviezen over het feit of er al dan niet een eiwitbeperking nodig is. Gezien de ruime gebruikelijke eiwitinname van de gemiddelde Belg, kan een eiwitnormalisatie (0,8 tot 1 g eiwitten per kg lichaamsgewicht) aanbevolen zijn, wat voor de meeste patiënten in de praktijk kan neerkomen op een eiwitbeperking. Minder dan 0,6 g eiwitten per kg lichaamsgewicht werkt malnutritie in de hand. 
Zowel bij type 1 als bij type 2 diabetici is bij een matige hyperglycemie een verhoogde eiwitturnover vastgesteld wat mogelijk een hogere eiwitbehoefte met zich meebrengt. Een quasi normale glycemie en een adequate eiwitinname zijn daarom belangrijk. Omdat we gemiddeld 50 % meer eiwitten innemen dan aanbevolen, is het risico op een eiwittekort echter klein, ook voor diabetici.

Zijn er extra vitaminen en mineralen nodig bij diabetes voeding?

Er is geen evidentie dat patiënten met diabetes voordeel hebben bij het gebruik van vitamine- en mineralensupplementen (bv. chroom, magnesium, vitamine D) als er geen sprake is van een tekort. Ook het nut van kaneel en andere kruiden in de behandeling van diabetes is onvoldoende bewezen. Routinematig een vitamine C-, een vitamine E- of een bètacaroteensupplement nemen wordt zelfs eerder afgeraden omdat er geen evidentie is voor een gunstig effect en omdat er enige bezorgdheid is over de effecten op lange termijn. Wat de zoutinname betreft gelden dezelfde aanbevelingen als voor de gezonde populatie. De HGR adviseert om maximaal 2000 mg natrium of 5 gram zout per dag te nemen.

Referenties
  1. Diabetes Liga vzw, Commissie Voeding. Voedingsprotocol bij diabetes. Gent, 2019: 32. – www.diabetes.be
  2. Van Hemelryck N, Mertens I, Van Gils C, Renaerts L, Weynants E, Vanhauwaert E et al. Commissie voeding Diabetes Liga en Commissie Evidence-based Diëtetiek VBVD. Position paper – Koolhydraatarme voeding bij diabetes type 2017. Beschikbaar via https://www.diabetes.be/position-paper-koolhydraatarme-voeding-type-2.
  3. Evert AB, Boucher JL, Cypress M, Dunbar SA, Franz MJ, Mayer-Davis E J, Yancy WS. Nutrition Therapy Recommendations for the Management of Adults With Diabetes. Diabetes Care 2014; 37: S120-S14
  4. Declercq D. Voeding bij kinderen met diabetes type 1. Tijdschrift voor Voeding en Diëtetiek 2010; 36 (2): 28.
  5. Smart CE, Annan F, Bruno LP, Higgins LA, Acerini CL. Nutritional management in children and adolescents with diabetes. Pediatr Diabetes 2014;15 (Suppl 20): 135-153.
  6. Hoge Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor België-201

Meer weten over diabetes of andere ziekten?

Diabetes

Diabetes is een groeiend gezondheidsprobleem. De behandeling beoogt een goed geregelde glycemie en de preventie van chronische complicaties op lange termijn.

Ziekte & intolerantie

Soms volstaat gezonde voeding niet en is specifiek voedingsadvies van een diëtist noodzakelijk. Lees meer over voeding bij ziekte en intolerantie.

Diabetes Liga

Diabetes of suikerziekte is een chronische ziekte waarbij het suikergehalte in het bloed te hoog is. Er bestaan evenwel verschillende types.

OP DEZE PAGINA