leestijd

Babyvoeding

De eerste maanden heeft een baby genoeg aan borstvoeding of zuigelingenvoeding. Vanaf 4 à 6 maanden wordt dit aangevuld met groentepap en fruitpap.

Babyvoeding

Baby’s tot 6 maanden

De eerste maanden heeft de baby genoeg aan melkvoeding. Borstvoeding is de standaard en gedurende de eerste 6 maanden de aanbevolen zuigelingenvoeding. Als borstvoeding niet mogelijk is, is een aangepaste kunst- of zuigelingenvoeding op basis van bij voorkeur koemelk aanbevolen. De Vlaamse Vereniging voor kindergeneeskunde (VVK) ontwikkelde de richtlijnen over borstvoeding en kunstvoeding voor zuigelingen van 0 tot 12 maand 

Borstvoeding

Borstvoeding is als het waren een levend product met een unieke wisselende samenstelling die is afgestemd op de behoefte van de baby. Borstvoeding bevat bijna alle voedingstoffen die een baby tot 6 maanden nodig heeft in voldoende mate, behalve de vitaminen K en D. Vandaar dat suppletie van beide nodig is. 

Kunstvoeding 

Kunstvoeding of zuigelingenvoeding dekt alle nutritionele behoeften tijdens de eerste levensmaanden van de zuigeling. Aan een volledige zuigelingenvoeding zijn alle vitaminen en mineralen in de juiste hoeveelheden toegevoegd waardoor suppletie niet nodig is.

Wetenschappelijke verenigingen zoals ESPGHAN (European Society of Paediatric Gastroenterology, Hepatology and Nutrition) hebben richtlijnen opgesteld en gepubliceerd waaraan kunstvoeding voor zuigelingen moet voldoen. De aanbevolen samenstelling is bovendien wettelijk geregeld.

Wat als voeding op basis van koemelk niet mogelijk is?

Voor kinderen die om culturele of religieuze redenen geen voeding op basis van koemelk kunnen of mogen krijgen, zijn er kunstvoedingen op basis van soja. Omdat soja-eiwit niet minder allergeen is dan koemelkeiwit, heeft een kunstvoeding op basis van soja geen plaats in de preventie en de initiële behandeling van een koemelkeiwitallergie gedurende de eerste 6 levensmaanden. Hydrolysaten zijn dan aangewezen. Kunstvoeding op basis van soja past evenmin in de aanpak van kolieken, vage voedingsproblemen en hypersecretie van de luchtwegen.

Moet ik iedere keer de flesjes en spenen steriliseren?

Vroeger luidde het advies om flessen en speentjes dagelijks te steriliseren tot de leeftijd van 6 maanden om een hygiënisch veilige voeding te garanderen. Dit advies werd recent door Kind en Gezin herzien. Uit onderzoek blijkt dat sterilisatie na ieder gebruik overbodig is. Sterilisatie wordt aangeraden vóór het eerste gebruik en na ieder gebruik bij prematuren en zieke kinderen tot 3 maanden. Voor gezonde zuigelingen is een grondige reiniging na gebruik met heet water en afwasmiddel voldoende.

Moet ik kraantjeswater of flessenwater gebruiken?

Voor de bereiding van flesvoeding wordt bij voorkeur flessenwater “geschikt voor de bereiding van babyvoeding” gebruikt (zie het etiket). In de regel moet water in flessen binnen de drie dagen na opening worden verbruikt. Een geopende fles wordt in de koelkast bewaard. De fles wordt best fles per fles bereid en niet in reeksen voor een ganse dag. Een flesvoeding kan zonder risico voor de gezondheid van de baby in de microgolfoven worden opgewarmd. Schud echter steeds zeer goed de fles na het verwarmen, zodat de warmte in de fles goed wordt verdeeld. Controleer ook altijd of de inhoud van de fles niet te heet is. Laat daarvoor enkele druppels melk lopen op de rug van de hand. Hou er ten slotte rekening mee dat een overdreven opwarming gevolgd door een afkoeling niet wenselijk is omdat er dan voedingsstoffen verloren gaan. Tracht daarom de ideale opwarmingstijd uit te zoeken.

Baby’s vanaf 6 maanden

Van 6 maanden tot de leeftijd van 12 à 18 maanden wordt borstvoeding of een opvolgvoeding gegeven in combinatie met een geschikte bijvoeding.

Opvolgvoeding 

Opvolgvoedingen onderscheiden zich van startvoedingen door een hoger eiwitgehalte, een iets hogere aanbreng van energie, een hogere aanbreng van ijzer, linolzuur en alfa-linoleenzuur. In combinatie met een geschikte bijvoeding voldoet ze aan de behoeften van zuigelingen vanaf de leeftijd van 6 maanden.

Mag je opvolgvoeding vervangen door gewone koemelk en plantaardige dranken?

Gewone koemelk mag pas geïntroduceerd worden vanaf de leeftijd van 12 à 18 maanden. Sojadranken (met uitzondering van kunstvoeding voor zuigelingen op basis van soja), al dan niet verrijkt, zijn ongeschikte alternatieven voor moedermelk of kunstvoeding tot de leeftijd van 2 jaar. Rijstdranken, notenmelk en andere vegetarische dranken kunnen een melkvoeding nooit adequaat vervangen.

Bijvoeding

Vanaf de leeftijd van 6 maanden is bijvoeding, onder de vorm van groentepap en fruitpap, rijk aan ijzer noodzakelijk om te kunnen voldoen aan de toenemende nutritionele behoeften maar ook aan de normale ontwikkeling van de mondmotorische vaardigheden van het kind. Starten voor de leeftijd van 4 maanden is af te raden wegens een nog te immatuur spijsverteringsstelsel en meer risico op allergieën.

Gluten vanaf 4 maanden

Volgens nieuwe aanbevelingen moeten gluten geleidelijk ingevoerd worden na de leeftijd van 4 maanden én voor de leeftijd van 7 maanden. Het verdient aanbeveling gluten gradueel in te voeren terwijl de baby nog borstvoeding krijgt. Dit zou de incidentie van coeliakie, diabetes type 1 en een tarweallergie verminderen.

Groentepap aanvullen met vlees, vis, eieren of peulvruchten

Na de leeftijd van 6 tot 7 maanden kan aan de groentemaaltijd geleidelijk wat vlees, vis, ei (zowel de dooier als het wit van ei), peulvruchten of tofu worden toegevoegd. Vanaf nu is naast de melkvoeding water de beste drank. Ter afwisseling kunnen met mate ook lichte kruidenthee, groentesap, soep en ongezoet of vers fruitsap worden gegeven.

Broodmaaltijd

Vanaf 8 maanden start de geleidelijke overgang van een melkvoeding naar een broodmaaltijd: stukjes brood in melkvoeding, een granenpapje, op een broodkorstje sabbelen, lichtbruin brood besmeerd met vetstof. Beleg is niet noodzakelijk maar kan, bv. fruitmoes, een geplet eitje of vis. Vleeswaren en kazen worden best nog gemeden. Rauwkost kan pas vanaf 12 à 18 maanden.

Voldoende vetten

Omdat kleine kinderen een relatief energiedense voeding vragen en nood hebben aan voldoende essentiële vetzuren en vetoplosbare vitaminen voor een optimale groei en ontwikkeling moet aan de bereiding altijd een koffielepel tot een eetlepel vetstof worden toegevoegd. Varieer en geef de voorkeur aan oliën en vetstoffen rijk aan onverzadigde vetzuren. Ook hieraan wordt nog best een koffielepel vetstof toegevoegd.

Starten met fruit- of groentepap?

De keuze om te starten met fruitpap of met groentepap is louter traditioneel bepaald. Omwille van de ijzeraanvoer wordt de voorkeur gegeven aan groentepap. Variatie is vanaf het begin belangrijk. De voorkeur gaat naar verse of onbereide diepvriesproducten. Kant-en-klare potjesvoeding kan ter variatie. Zout toevoegen of suiker aan fruitpap toevoegen is niet nodig. Honing is ongeschikt voor baby’s jonger dan 1 jaar wegens het risico op infantiel botulisme.

Meer informatie over de samenstelling, hoeveelheden en recepten is te vinden via Kind & Gezin.

Referenties
  1. Breastfeeding and the use of human milk. American Academy of Pediatrics. Pediatrics 2005;115:463-506
  2. Werkgroep Voeding van de Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde. Richtlijnen over borstvoeding en kunstvoeding voor zuigelingen van 0 tot 12 maand (versie 2012 + 2013) - te raadplegen via www.vvkindergeneeskunde.be > publicaties > richtlijnen
  3. B. Koletzko, S. Baker, G. Cleghorn, U. Fagundes Neto,  B. Lonnerdal, P. Pencharz, H. Pzyrembel, J. Ramirez-Mayans, R. Shamir, D. Turck, Y. Yamashiro and D. Zong-Yi. ESPGHAN Committee on Nutrition: Medical Position Paper. Global Standard for the Composition of Infant Formula: Recommendations of an ESPGHAN Coordinated International Expert Group. Journal of Pediatric Gastroenterology and Nutrition 2005; 41: 584-599
  4. FOD Volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 februari 1991 betreffende voedingsmiddelen bestemd voor bijzondere voeding. Gecoördineerde versie 26 april 2009.
  5. J. M. Norris, K. Barriga, E. J. Hoffenberg, I. Taki, D. Miao, J. E. Haas, L. M. Emery, R. J. Sokol, H. A. Erlich, G. S. Eisenbarth, M. Rewers. Risk of Celiac Disease Autoimmunity and Timing of Gluten Introduction in the Diet of Infants at Increased Risk of Disease. JAMA 2005; 293 (19): 2343-2351
  6. C. Agostoni, T. Decsi, M. Fewtrell, O. Goulet, S. Kolacek, B. Koletzko, K. Fleischer Michaelsen, L. Moreno, J. Puntis, J. Rigo, R. Shamir, H. Szajewska, D. Turck and J. van Goudoever. Complementary Feeding: A Commentary by the ESPGHAN Committee on Nutrition. J Pediatr Gastroenterol Nutr 2008; 46: 99-110
  7. Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde. Nieuwe richtlijn gluten (9 november 2008) – te raadplegen via www.vvkindergeneeskunde.be > publicaties > richtlijnen

OP DEZE PAGINA