leestijd

Aandachtspunten voeding en eetgedrag bij peuters

De zintuigen ontwikkelen zich volop. De peuter ruikt, voelt en proeft meer en beter naarmate hij ouder wordt. Vanaf 18 maand komt de smaakontwikkeling  volop op gang. De peuter begrijpt steeds meer (verstandelijke ontwikkeling), hecht zich aan de mensen rondom zich en wordt geleidelijk aan een eigen persoontje (sociale ontwikkeling). De peuter leert kruipen, lopen en rennen (grove motoriek) maar ook grijpen en tekenen (fijne motoriek).

Peuterpuberteit

Peuters leren door observatie en imitatie

Een peuter leert vooral door observatie. Zijn grote voorbeelden zijn de ouders, maar ook leeftijdsgenootjes spelen een niet te onderschatten rol. De peuter leert zich aan te passen aan wat opvoeders, ouders en oppassers van hem verlangen. Hij merkt dat zijn gedrag bij zijn opvoeders bepaalde reacties opwekt. In een eerste fase zal hij vooral gedrag dat positieve reacties teweegbrengt herhalen en gedrag dat negatieve reacties oproept beperken.

Peuterpuberteit

Een kind van twee à drie jaar verwerft meer autonomie. Een peuter kan bewust kiezen en wil dat voortaan ook steeds vaker zelf doen. Hij herinnert zich wat lekker is, waar hij de dingen kan vinden, hij kan verbanden leggen en kasten openen, vaardigheden die nodig zijn om meer autonoom te eten.
Peuters kunnen zeer koppig zijn, vandaar wordt ook gesproken van de koppigheidsfase of de peuterpuberteit. Gevoelens van frustratie en machteloosheid worden geuit in de vorm van een driftbui. De taalvaardigheid is nog onvoldoende ontwikkeld om gevoelens onder woorden te brengen.
Voedingsmiddelen die de ene dag in trek zijn, worden de volgende dag geweigerd. Een kind zal gauw ervaren dat het zijn ouders “uit zijn hand kan laten eten”. Het kind voelt zich machtig wanneer het van zijn ouders alles gedaan krijgt als het toch maar een hapje eet. Ouders zullen alles proberen om hun kind te doen eten. Wanneer deze toestand aanhoudt, gaan zowel ouders als kind gespannen aan tafel, en dit is niet bevorderlijk voor de eetlust. Grenzen stellen en structuur aanbieden moet al in deze levensfase plaatsvinden en zal ook de volgende jaren belangrijk blijven.

Peuters hebben een wisselende energiebehoefte

De energiebehoefte van een kind wordt bepaald door zijn leeftijd, geslacht en lichaamsgewicht maar ook door zijn mate van groei en beweeglijkheid. Een kind steekt vanaf de leeftijd van één jaar veel energie in het experimenteren met zijn omgeving. Ouders denken daarom vaak dat een peuter meer eten nodig heeft. Doordat de groeisnelheid in vergelijking met het eerste levensjaar echter is afgenomen, heeft het minder nood aan energie en dus ook minder honger dan voorheen.
Aangezien kinderen van dag tot dag sterk wisselende activiteit kunnen vertonen, kan ook de energiebehoefte per dag sterk variëren. De gemiddelde dagelijkse energiebehoefte van een peuter bedraagt ongeveer 700 tot 1000 kcal voor meisjes van 1 tot 3 jaar en van 770 tot 1170 kcal voor jongens van 1 tot 3 jaar.

Ze kunnen hun eetgedrag goed afstemmen op behoefte

Een kind heeft tot de leeftijd van 2 jaar een groot vermogen tot zelfregulering: zijn eetgedrag is volledig afgestemd op zijn behoeften. Jonge kinderen blijven in belangrijke mate in staat om tijdens één dag een constante hoeveelheid energie op te nemen. De porties die zij nemen tijdens de opeenvolgende maaltijden variëren naargelang de energiedensiteit van het aangeboden voedsel. Geeft men een kind van twee jaar gedurende vier opeenvolgende dagen een bepaald dessert, dan zal dat kind uiteindelijk vanzelf minder vlees en aardappelen eten tijdens de maaltijd ervoor.
Het is belangrijk om dit vermogen tot energie-aanpassing zoveel mogelijk te behouden. Daarom wordt het volgende aangeraden: de ouders bepalen wat er wordt gegeten en hoe het wordt geserveerd en het kind beslist over hoeveel het eet. Een kind wordt dus best niet gedwongen om zijn bord leeg te eten. Respecteer het verzadigingsgevoel van het kind. Gezonde kinderen laten zichzelf niet zomaar uithongeren en zijn in staat om hun eetlust aan te passen aan wat ze nodig hebben om normaal te groeien.
Zolang je kind goed groeit, vrolijk en speels is, hoef je je geen zorgen te maken.  Wanneer je peuter daarentegen onvoldoende groeit, klagerig is, zich anders gedraagt of ziektesymptomen vertoont, raadpleeg je uiteraard best een arts.

Peuters hebben meer vet nodig dan volwassenen

De aanbevolen hoeveelheid koolhydraten ligt in de lijn van de aanbeveling voor volwassenen, namelijk ongeveer 50-55 energie%. Maar tot de leeftijd van 4 à 5 jaar hebben kinderen meer vet nodig dan volwassenen. Peuters hebben maar een klein maagje en kunnen geen grote hoeveelheden voedsel aan. De energiebehoefte vooral dekken via koolhydraten en eiwitten – zij brengen per gram minder energie aan dan vetten (4 kcal per gram ten opzichte van 9 kcal per gram) - zou niet haalbaar en wenselijk zijn. Een peuter haalt best 35 tot 40 % van zijn energiebehoefte uit vet.
Te weinig vet in de voeding van peuters kan bovendien leiden tot een tekort aan vetoplosbare vitaminen en essentiële vetzuren. Voldoende essentiële vetzuren zijn nodig voor een optimale groei, hersenontwikkeling en celstofwisseling. Vetten vertragen de maaglediging en zo ook de passage door de dunne darm. Een vetarme voeding kan bijgevolg peuterdiarree veroorzaken.
Vandaar de aanbeveling om kinderen tot de leeftijd van 4 jaar bij voorkeur volle melkproducten te geven en het brood met margarine te besmeren en niet met een minarine. Ook bij de bereiding van de warme maaltijd moet altijd wat olie of bereidingsvet worden gebruikt, zonder hierin uiteraard te overdrijven. Het soort vet is eveneens van belang met het oog op de preventie van hart- en vaatziekten op latere leeftijd: smeer- en bereidingsvet rijk aan onverzadigde vetzuren verdienen de voorkeur.

Extra aandacht voor eiwitinname

Een adequate eiwitinname is essentieel maar men moet erop toekijken dat de eiwitinname tijdens de eerste levensjaren niet al te hoog oploopt. De aanbevolen eiwitinname voor een peuter bedraagt 0,9 tot 1,0 g/kg/dag.
Jonge kinderen kunnen te veel eiwitten innemen als zij naast de dagelijks aanbevolen 350-500 ml melk en melkproducten, 10 g kaas en 25-50 g vlees, vis of ei ook nog allerhande eiwitrijke tussendoortjes nemen zoals extra melk(drinks), yoghurt, plattekaas of andere desserts. In een onderzoek van 2015 werd de energie- en macronutriënteninname van 465 Belgische kinderen van 0,5 tot 3 jaar onderzocht. Daaruit bleek dat de gemiddelde eiwitinname bij 33,5 % van de kleuters de grens van 15 energie% overschrijdt.
Er zijn aanwijzingen dat kinderen die meer dan 2 tot 3 maal de aanbevolen hoeveelheid eiwitten innemen tijdens de eerste twee levensjaren meer risico lopen op zwaarlijvigheid op latere leeftijd. Behalve een gezonde voeding kan groeimelk met een aangepast eiwitgehalte in plaats van gewone melk tot de leeftijd van 3 jaar een alternatief zijn om de eiwitinname in het kader van een goede voeding binnen de perken te helpen houden.

Geleidelijk meer vezels introduceren

Voldoende vezels zijn ook voor kinderen van belang, onder andere ter preventie van overgewicht en constipatie. Tot de leeftijd van 2 jaar mogen echter niet te veel voedingsvezels worden gegeven aangezien ze risico’s kunnen inhouden voor kleine kinderen. Een voeding rijk aan voedingsvezels is doorgaans een voeding die weinig energie bevat dit terwijl jonge kinderen veel energie nodig hebben. Daarnaast kunnen teveel vezels bij jonge kinderen aanleiding geven tot een vertraagde groei en ontwikkeling en de opname van voedingsstoffen zoals ijzer, zink, magnesium en calcium verminderen. In de praktijk kan je starten met lichtbruin brood en daarna volkorenbrood, volkoren ontbijtgranen en rauwkost.

Referenties
  1. Hoge Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor België - 2016. Brussel: HGR; 2016. Advies nr. 9285
  2. Van Den Driessche M., Veereman-Wauters G. Peutervoeding: meer dan mee-eten uit de pot. Nutrinews december 2000 - ook te raadplegen via www.nice-info.be
  3. Van Den Driessche M. Vezels op het kindermenu. Nutrinews juni 2002 - ook te raadplegen via www.nice-info.be
  4. Huysentruyt K., Laire D., Van Avondt T., De Schepper J., Vandenplas Y. Energy and macronutrient intakes and adherence to dietary guidelines of infants and toddlers in Belgium. European Journal of Pediatrics. 2015
  5. M. Banneel en G. Phlips. Gezond eten om goed te groeien – Aandachtspunten voor kinderen en jongeren. Nutrinews juni 2009 

Meer weten over voeding bij peuters?

Het voedingspatroon van de Vlaamse peuter doorgelicht

De Vlaamse geboortecohorte JOng! Bracht de voedingstoestand van Vlaamse peuters in kaart. Ontdek de knelpunten in de voeding van de Vlaamse peuter.

Mijn kind wil niets proeven. Waarom niet?

Het smakenpallet van kinderen uitbreiden doe je door ze te leren proeven. Dat is niet altijd gemakkelijk omwille van voedselneofobie. Ontdek de tips om hiermee om te gaan.

Opvoedingstips kinderen

Opvoeden, ook op vlak van eten, is niet altijd een evidente karwei. Het goede voorbeeld geven doet wonderen. Maar wat kan je als ouder nog meer doen?

OP DEZE PAGINA