IJzer is een van de meest voorkomende metalen op aarde en voldoende ijzer is essentieel voor een goede gezondheid. Toch komt een ijzerdeficiëntie bij mensen vaak voor. Dat roept verschillende vragen op. Wat moeten we eten om voldoende ijzer in te nemen? Waarom is ijzer zo belangrijk voor ons lichaam? Wat doet ons lichaam met ijzer? Zijn er mensen die meer risico lopen op een tekort aan ijzer? Dit artikel geeft antwoord op deze vragen en integreert nieuwe inzichten in het bestaande kader voor voedings- en gezondheidsprofessionals.
BEKNOPT
- IJzer is essentieel voor ons lichaam. Zonder ijzer is zuurstoftransport doorheen het lichaam niet mogelijk. Daarnaast is ijzer ook betrokken in tal van andere fysiologische processen in het lichaam.
- We halen ijzer uit de voeding in de vorm van haemijzer en non-haemijzer. De opname kan beïnvloed worden door voedingsfactoren maar ook door fysiologische factoren. Een evenwichtige, gevarieerde voeding die voldoende ijzerhoudende voedingsmiddelen en groenten en fruit bevat, kan in een adequate ijzerinname voorzien.
- IJzerdeficiëntie is wereldwijd de meest voorkomende nutritionele deficiëntie. In geïndustrialiseerde landen zoals België lopen kleuters, adolescente meisjes, premenopauzale vrouwen en patiënten met chronische aandoeningen meer risico.
- Recente wetenschappelijke inzichten hebben de klinische praktijk op drie punten bijgesteld.
- De aanbevolen ferritinedrempelwaarde voor de diagnose van ijzerdeficiëntie is aangepast van minstens 15 µg per liter naar minstens 30 µg per liter.
- Op basis van de hepcidinekinetiek wordt een lagere dosering en/of toediening om de andere dag van orale ijzersupplementen als een gelijkwaardig en doorgaans beter verdragen alternatief beschouwd dan meerdere dosissen per dag geven, weliswaar zonder meerwaarde voor de hemoglobinerespons.
- Actieve diagnose en behandeling van ijzerdeficiëntie zonder anemie verdient meer aandacht bij meer patiëntencategorieën, zoals perioperatief en bij chronische inflammatoire aandoeningen.
IJzer is betrokken in verschillende van centrale fysiologische processen in ons lichaam: zuurstoftransport via hemoglobine, energieproductie in cellen, enzymsynthese (zoals cytochromen) en immuunfunctie.
Absorptie van ijzer
IJzer wordt geabsorbeerd door de enterocyten van vooral het duodenum en het bovenste deel van het jejunum. Het absorptiemechanisme is verschillend voor non-haemijzer en haemijzer (figuur 1).
- Non-haemijzer
Alvorens non-haemijzer kan worden opgenomen door de enterocyten moet het door maagzuur of het duodenaal cytochroom B (Dcytb), een reductase-enyzm, worden gereduceerd van ferri-ijzer (Fe3+) naar ferro-ijzer (Fe2+). Fe2+ kan vervolgens worden geabsorbeerd via de divalente metaaltransporter 1 (DMT1), gelokaliseerd op het apicale membraan (aan de buitenkant) van de enterocyten.
Vitamine C bevordert de omzetting van Fe3+ naar de absorbeerbare vorm Fe2+ en zo dus ook de opname van ijzer.
- Haemijzer
Haemijzer heeft zijn eigen transportsysteem via vermoedelijk het haemcarrierproteïne 1 (HCP1), een proteïne dat eveneens aanwezig is op het apicale membraan van de enterocyten. In de enterocyten wordt haemijzer door haemoxygenase 1 (Hox1) verder gesplitst in Fe2+ en bilirubine.
Vanaf het moment dat Fe2+ is opgenomen in de enterocyten wordt dezelfde metabole route gevolgd.
Als de vraag van het lichaam naar ijzer laag is, kan ijzer opgeslagen blijven in de enterocyten in de vorm van ferritine. Zodra het lichaam ijzer nodig heeft, verlaat ijzer de enterocyten en wordt het in de circulatie vrijgezet door ferroportine, een ijzertransporter die aanwezig is op het basolaterale membraan (aan de binnenkant) van de enterocyten. Op dat moment wordt Fe2+ door hephaestine geoxideerd naar Fe3+ zodat het kan worden gebonden aan transferrine, het belangrijkste transporteiwit voor ijzer in het plasma. Op die manier wordt ijzer getransporteerd naar cellen die ijzer nodig hebben en waar het ten slotte wordt opgenomen via de transferrine receptor 1 (TfR1). IJzer kan ook als reserve worden opgeslagen in het reticulo-endotheliale systeem (onder andere in de lever) in de vorm van ferritine of hemosiderine (1,2,3).
Figuur 1: Absorptiemechanisme voor non-haemijzer en haemijzer in het duodenum (1)
Regeling van de ijzerhomeostase
De ijzerabsorptie en het -transport worden gestimuleerd door lage ijzerreserves, de vorming van rode bloedlichaampjes of erytropoëse, zuurstoftekort in de weefsels of hypoxie, zwangerschap en inflammatie (4). Wanneer de ijzerreserves hoog zijn, vermindert de ijzeropname wat bescherming biedt tegen toxische effecten van een teveel aan ijzer.
Het belangrijkste hormoon dat betrokken is bij de ijzerregulatie is hepcidine, gesecreteerd door de lever (figuur 2). Hepcidine is een negatieve regulator van de ijzerabsorptie in de dunne darm, het ijzertransport door de placenta en de ijzervrijstelling uit macrofagen. De expressie van hepcidine verhoogt dus wanneer het lichaam weinig ijzer nodig heeft. Hepcidine beperkt de vrijstelling van ijzer door zich te binden aan de ijzerexporter ferroportine die aanwezig is op de intestinale enterocyten, de macrofagen en de hepatocyten. Deze binding veroorzaakt een internalisatie van de transporter met degradatie tot gevolg. In de enterocyten gaat dit gepaard met een verminderd transport van ijzer over het basolaterale membraan en dus ook met een verminderde absorptie van ijzer uit de voeding. In de lever en de reticulo-endotheliale macrofagen vermindert de vrijgave van ijzer uit de hepatische ijzerreserve en de macrofagen. Het gevolg is een negatieve ijzerbalans en ijzer dat opgesloten zit in de hepatocyten en de macrofagen.
De synthese van hepcidine wordt gestimuleerd door ontstekingen en bij ijzeropstapeling (2,3,5). Obesitas wordt gekenmerkt door een chronisch laaggradige ontstekingsgraad die op zijn beurt de productie van hepcidine stimuleert, wat de ijzerstatus in personen met obesitas negatief beïnvloedt (6).
Figuur 2 - Centrale rol van hepcidine in de ijzerregeling (13)
Nieuwe inzichten – Klinisch gebruik van hepcidinemeting
De bepaling van hepcidine was lange tijd beperkt tot onderzoekssettings, maar wint geleidelijk terrein.
Volgens de consensus van de European Hematology Association (EHA) van 2024 kunnen lage hepcidinewaarden wijzen op een fysiologische ijzerbehoefte en helpen voorspellen of iemand goed zal reageren op ijzertherapie.
In specifieke situaties kan de verhouding tussen hepcidine en transferrinesaturatie ook helpen om zeldzame vormen van ijzertekort, zoals een ijzerrefractaire ijzerdeficiëntieanemie (IRIDA), te herkennen bij patiënten die niet reageren op orale therapie.
Bij chronische ontsteking kan hepcidine bijdragen aan een functionele ijzerdeficiëntie. Ijzer is dan wel aanwezig in het lichaam, maar het is minder goed beschikbaar voor de aanmaak van rode bloedcellen. Dit kan verklaren waarom ferritine normaal of verhoogd kan zijn terwijl de transferrinesaturatie laag blijft.
Hoewel hepcidinemeting veelbelovend is, benadrukt de EHA dat de test momenteel toch nog vooral in onderzoekssettings wordt gebruikt en slechts beperkt beschikbaar is in de routinezorg (7).
Hoeveel ijzer hebben we nodig?
Het menselijk lichaam bevat in totaal ongeveer 3,5 tot 5 gram ijzer, waarvan het grootste deel aanwezig is in hemoglobine (1). Dagelijks verliezen we gemiddeld 1 tot 2 mg ijzer via epitheelcellen van het gastro-intestinale stelsel, de huid en de urinewegen en door vochtverlies via bijvoorbeeld zweten, tranen, menstruatie en ander bloedverlies (figuur 3) (4). Dit verlies moet worden gecompenseerd door ijzer in te nemen via de voeding (1,4). Uit onderzoek blijkt dat de voeding 13 tot 18 mg ijzer per dag zou moeten bevatten om 1 mg te kunnen absorberen (4). Die vereiste ijzerinname is echter individueel verschillend - een lage ijzerstatus verhoogt bijvoorbeeld de absorptie en vice versa - en hangt ook af van het voedingspatroon. In België wordt er een gemiddelde biobeschikbaarheid gehanteerd van 15 %.
Figuur 3 - IJzerhomeostase in een gezonde toestand (11)
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van ijzer voor België is weergegeven in tabel 1 in functie van geslacht, leeftijd en fysiologische situatie (8).
Actuele ijzerinname in België
Volgens de Belgische Voedselconsumptiepeiling 2022-2023 bedraagt de gemiddelde ijzerinname uit de voeding bij de Belgische bevolking van 3 jaar en ouder 9 mg per dag. Mannen hebben gemiddeld een hogere ijzerinname dan vrouwen (10 mg per dag tegenover 8 mg per dag). Wanneer ook supplementen worden meegerekend, bedraagt de gemiddelde totale ijzerinname ongeveer 10 mg per dag (9). De gemiddelde ijzerinname is op populatieniveau relatief stabiel gebleven. Om de innamecijfers correct te interpreteren, is het echter belangrijk om ze te vergelijken met de aanbevolen ijzerbehoefte per leeftijd, geslacht en fysiologische situatie (tabel 1) (9).
Gerelateerd aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid ijzer neemt 21% van de Belgische bevolking te weinig ijzer in via de voeding. Dit percentage ligt duidelijk hoger bij vrouwen dan bij mannen (31% versus 10%). Ook bij kinderen en adolescenten is de ijzerinname een belangrijk aandachtspunt. Bij jongens stijgt de gemiddelde ijzerinname met de leeftijd, van ongeveer 8 mg per dag bij kinderen tot 10 mg per dag bij adolescenten. Bij meisjes blijft de gemiddelde inname lager, met ongeveer 7 mg per dag bij kinderen en 8 mg per dag bij adolescenten. Jonge en adolescente meisjes zijn, mede ook door de toenemende behoefte rond de puberteit en de menstruatie, een belangrijke risicogroep voor een tekort aan ijzer. Zo’n 43% van de adolescente meisjes neemt onvoldoende ijzer in via de voeding. Ook bij volwassen vrouwen blijft dit aandeel relevant, met 29% bij vrouwen van 18 tot 64 jaar.
Voedingsbronnen van ijzer
IJzer komt in de voeding voor als haemijzer en als non-haemijzer. Haemijzer zit uitsluitend in dierlijke producten zoals vlees, gevogelte en vis. Non-haemijzer is aanwezig in zowel dierlijke als plantaardige producten zoals peulvruchten, noten, gedroogd fruit, volkoren producten en donkergroene bladgroenten. Non-haemijzer vertegenwoordigt 85 tot 90 % van de totale voedingsijzerinname, maar heeft een lagere biologische beschikbaarheid (5 tot 15%) in vergelijking met haemijzer (20 tot 30%) (4).
Volgens de Belgische Voedselconsumptiepeiling 2022-2023 zijn de belangrijkste voedingsbronnen van ijzer in de Belgische voeding granen en graanproducten. Zij dragen voor ongeveer 25% bij aan de totale ijzerinname. Daarna volgen vlees, vleesproducten en vleesvervangers met 17% en groenten met 12%. Voedingssupplementen dragen gemiddeld 3% bij aan de totale ijzerinname (9).
IJzerfortificatie van de voeding kan bijdragen tot de preventie en behandeling van een ijzerdeficiëntie, op voorwaarde dat hiervoor een strategisch uitgekiemd fortificatiebeleid is opgezet (10). In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld is het ijzerfortificatiebeleid er niet in geslaagd om de gemiddelde ijzerstatus van de bevolking te bevorderen. Te weinig efficiënte voedingseducatie en een inadequate verrijkingsstrategie kunnen hiervan de reden zijn (11).
Interacties met andere voedingsmiddelen
De absorptie van non-haemijzer wordt bevorderd door de gelijktijdige inname van vlees, vis of gevogelte (Meat Fish Poultry of MFP-factor) en vitamine C-rijke voedingsmiddelen zoals groenten en fruit.
De aanwezigheid van fytaten (in granen, peulvruchten, noten), polyfenolen (in thee, koffie, wijn), oxalaten (in spinazie, rabarber, cacao) en bepaalde sojaproteïnen vermindert de absorptie van ijzer door vorming van onoplosbare complexen.
Zink, magnesium en koper treden in competitie met de absorptie van non-haemijzer. Calcium concurreert met zowel de haem- als de non-haemijzerabsorptie maar zonder aantoonbaar nadelig effect onder 2000 mg calcium per dag bij volwassenen en 1200 mg calcium per dag bij kinderen.
Een evenwichtige, gevarieerde voeding die voldoende ijzerhoudende voedingsmiddelen en veel groenten en fruit bevat, kan in een adequate ijzerinname voorzien (14). Ter preventie van een ijzerdeficiëntie is informatie en educatie over een evenwichtig, gevarieerd en lekker voedingspatroon belangrijker dan wijzen op individuele inhibitoren en bevorderaars van de ijzeropname.
IJzerdeficiëntie
Wereldwijd is ijzerdeficiëntie een van de meest voorkomende nutritionele deficiënties. Het ontstaat wanneer de ijzerabsorptie niet voldoet aan de noden van het lichaam. Een ijzerdeficiëntie ontstaat via een gradueel proces. Eerst zijn er verlaagde ijzerreserves, daarna is er weinig of geen erytropoëse meer om uit te komen bij de meest ernstige vorm, namelijk een ijzer-deficiënte anemie (figuur 4).
Anemie komt wereldwijd voor bij naar schatting 40% van alle kinderen tussen 6 maanden en 5 jaar, bij 37% van zwangere vrouwen en bij 30% van de vrouwen van 15 tot 49 jaar (15). In West-Europa wordt een anemische ijzerdeficiëntie beschouwd als een mild risico voor de volksgezondheid voor de bevolkingsgroepen kleuters en zwangere vrouwen (16).
Figuur 4 - Visuele voorstelling van ijzerdeficiëntie, anemische ijzer-deficiëntie en anemie.
Belgisch onderzoek bij zwangere vrouwen toont een toename van anemie van ongeveer 4 tot 6 % tijdens het eerste trimester, en tot 21 à 24% in het derde trimester van de zwangerschap. Niet-anemisch ijzertekort treft ongeveer 23% van de zwangere vrouwen in het derde trimester (17). Bij Vlaamse jonge vrouwen (18–39 jaar) heeft 5% een anemie, 3% een anemische ijzerdeficiëntie en 20% een niet-anemische ijzerdeficiëntie (18). Een hogere prevalentie bij vrouwen van Arabische en Turkse origine pleit voor meer gerichte screening (19).
Mogelijke oorzaken
Verschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van een ijzerdeficiëntie: te weinig ijzer innemen, een verminderde ijzerabsorptie of -transport, een fysiologisch verlies van ijzer of chronisch bloedverlies van pathologische oorsprong (20).
Een anemie kan ook nog andere oorzaken hebben dan een tekort aan ijzer. Een vitamine B12-tekort leidt tot pernicieuze anemie, een vorm van bloedarmoede. Een tekort aan foliumzuur kan aanleiding geven tot een macrocytaire anemie. Ook malaria kan door verlies en aantasting van rode bloedcellen bloedarmoede veroorzaken.
Risicogroepen voor ijzerdeficiëntie
Personen met een verhoogde ijzerbehoefte, meer ijzerverlies of een abnormale ijzerabsorptie lopen meer risico op een ijzerdeficiëntie.
Door een verhoogde ijzerbehoefte
Tijdens periodes van groei en ontwikkeling heeft het lichaam meer ijzer nodig. Dat geldt dus onder meer voor kinderen, adolescenten, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven (20).
Tijdens de zwangerschap neemt de ijzerbehoefte sterk toe, vooral vanaf het tweede trimester, om de placenta-ontwikkeling, de toename van het maternale bloedvolume en de foetale ijzervoorraden te ondersteunen. De ijzerabsorptie neemt eveneens fysiologisch toe, maar volstaat vaak niet zonder voldoende ijzerinname.
De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt tijdens de periconceptionele periode 30 tot 60 mg elementair ijzer per dag per os aan, overeenkomend met ongeveer 300 mg ferrosulfaatheptahydraat, 180 mg ferrofumaraat of 500 mg ferrogluconaat.
Bij gastrointestinale klachten of slechte tolerantie van een dagelijks schema is een intermitterend regime een aanvaardbaar alternatief. Suppletie is vooral aangewezen bij lage serumferritinewaarden, terwijl overmatige inname moet worden vermeden.
Door meer ijzerverlies
Premenopauzale vrouwen hebben een verhoogd risico omdat het menstruele bloedverlies gepaard gaat met meer verlies aan ijzer (20). Hierbij moet evenwel rekening worden gehouden met verschillende contraceptiemethoden die een ander effect kunnen hebben op de intensiteit van de menstruatie. Het gebruik van orale hormonale anticonceptie verlaagt het bloedverlies tijdens de menstruatie. Vrouwen met een spiraaltje hebben de neiging om meer bloed te verliezen en lopen bijgevolg ook meer risico op een ijzerdeficiëntie (21).
Door bepaalde eetgewoonten
Vegetariërs hebben doorgaans een verlaagde ijzerstatus. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat zij geen vlees of vis eten, een bron van haemijzer, en veel groenten en volkorengranen gebruiken die fytaten bevatten die de opname van non-haemijzer beperken (22). Dankzij de mogelijkheden om gevarieerd vegetarisch te eten in ontwikkelde landen zijn er bij deze groep echter nog geen nadelige gezondheidseffecten aangetoond. Uit een Belgische studie blijkt dat vegetariërs een voedingspatroon kunnen hebben dat de aanbevelingen haalt (23).
Door pathologische condities
Verschillende pathologische condities kunnen een ijzerdeficiëntie veroorzaken, bijvoorbeeld malabsorptieve condities zoals coeliakie en de ziekte van Crohn, maar ook een H. Pylori-gastritis (20). Deze infectie gaat gepaard met een verstoorde zuurproductie die de ijzerabsorptie beperkt. Dit fenomeen vindt ook plaats na bariatrische chirurgie (zie kader) (2). Personen met gastro-intestinaal bloedverlies of kanker kunnen eveneens meer ijzer verliezen (20).
Een langdurig gebruik van bepaalde geneesmiddelen kan tevens een ijzerdeficiëntie bevorderen. Geneesmiddelen die de zuursecretie in de maag beperken kunnen de absorptie van ijzer beïnvloeden. Een lage pH in de maag is immers noodzakelijk voor de opname van ijzer. Zink- of mangaansupplementen kunnen voor de absorptie in competitie gaan met ijzer ter hoogte van DMT-1 (20).
Invloed van bariatrische chirurgie
De prevalentie van obesitas blijft hoog. Zo ook de vraag naar bariatrische chirurgie. Momenteel is de meest uitgevoerde bariatrische ingreep een gastric bypass. Hierbij wordt een deel van de maag en het eerste deel van de dunne darm overbrugd.
Na een gastric bypass ontwikkelt 20 tot 49% van de patiënten een ijzerdeficiëntie (24,25). Dit kan worden verklaard door drie factoren: 1) als gevolg van de bypass van een deel van de maag vermindert de zuursecretie die noodzakelijk is voor de omzetting van Fe3+ naar de absorbeerbare vorm Fe2+, 2) het verkleinde intestinale absorptieoppervlak, in het bijzonder de bypass van het duodenum, die de voornaamste absorptieplaats is voor ijzer en 3) minder tolerantie voor rood vlees omwille van de textuur wat op zich kan leiden tot braken (26).
Omdat patiënten na een gastric bypass meer risico hebben op een ijzerdeficiëntie is het zeer belangrijk om hen aan te moedigen om voldoende ijzer in te nemen via de voeding. Multidisciplinaire follow-up met monitoring van ferritine, transferrinesaturatie en hemoglobine blijft essentieel, zeker in de eerste jaren na de ingreep. Alleen op die manier kan een ijzerdeficiëntie tijdig worden gediagnosticeerd en behandeld met ijzersupplementen (27).
Symptomen
Veel patiënten ondervinden geen symptomen van een ijzerdeficiëntie of enkel aspecifieke klachten zoals vermoeidheid, futloosheid, bleekheid en/of picagedrag (niet-eetbare dingen eten). Een niet-anemische ijzerdeficiëntie kan echter al aanleiding geven een lagere werkcapaciteit en sneller kortademig zijn.
Het meest ernstige gevolg van een ijzerdeficiëntie is een anemie, gepaard gaande met zwakte, hoofdpijn, prikkelbaarheid en verschillende gradaties van vermoeidheid (28).
IJzerdeficiëntie zonder anemie
Niet-anemische ijzerdeficiëntie wordt steeds vaker als een klinisch aandachtspunt beschouwd, onder meer bij vrouwen, perioperatief en bij chronische inflammatoire aandoeningen (29). Een systematische review van gerandomiseerde studies toont dat ijzersuppletie bij niet-anemische personen met ijzertekort de subjectieve vermoeidheid vermindert, weliswaar zonder effect op objectief gemeten fysieke capaciteit (30). Bij volwassenen met aanhoudende vermoeidheid, een laag ferritinegehalte maar normale hemoglobinewaarden kan ijzertekort een relevante en behandelbare oorzaak zijn.
Diagnostische criteria
Serumferritine wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beschouwd als een goede biomarker om de ijzerreserves in het lichaam te beoordelen, idealiter in combinatie met andere markers. In afwezigheid van ontsteking correleren ferritineconcentraties sterk met de totale lichaamsvoorraad aan ijzer. Lage waarden wijzen op uitgeputte ijzerreserves, terwijl verhoogde waarden kunnen wijzen op ijzerstapeling. Een verhoogde ferritinewaarde is echter niet specifiek en kan ook voorkomen bij ontsteking, infectie, leverziekte, obesitas of maligniteit (31).
De WHO definieert ijzerdeficiëntie bij gezonde kinderen en volwassenen traditioneel als een ferritinegehalte lager dan 15 µg per liter (bij kinderen jonger dan 5 jaar lager dan 12 µg per liter). Omdat ferritine stijgt bij ontsteking of infectie, moet het samen met inflammatiemerkers zoals CRP en/of AGP worden geïnterpreteerd. Bij aanwijzingen voor ontsteking of infectie, bijvoorbeeld CRP hoger dan 5 mg per liter en/of AGP hoger dan 1 g per liter, hanteert de WHO hogere drempels: hoger dan 70 µg per liter bij kinderen vanaf 5 jaar en volwassenen, en hoger dan 30 µg per liter bij kinderen jonger dan 5 jaar. Bij een anemie is de hemoglobinewaarde lager dan 12 g per deciliter bij niet-zwangere vrouwen, en lager dan 13 g per deciliter bij mannen (31).
Nieuwe inzichten – Diagnostische criteria ijzerdeficiëntie
Recente hematologische aanbevelingen wijzen erop dat de klassieke ferritinedrempel van minder dan 15 µg per liter waarschijnlijk te laag is om ijzerdeficiëntie tijdig op te sporen. In een recent voorstel van de American Society of Hematology (ASH) wordt voor de algemene volwassen bevolking, met uitzondering van zwangere en menstruerende personen, een ferritinedrempel van minstens 30 µg per liter gesuggereerd voor de diagnose van een ijzerdeficiëntie. Bij personen met klachten passend bij ijzertekort of met duidelijke risicofactoren kan een hogere drempel van minstens 50 µg per liter overwogen worden om verdere opvolging of behandeling te ondersteunen.
Ook de consensus van de European Hematololgy Association (EHA) van 2024 bevestigt ferritine als een centrale marker voor de beoordeling van ijzerreserves (32). Bij afwezigheid van inflammatie wordt een serumferritinegehalte lager dan 30 µg per liter beschouwd als indicatie van een ijzerdeficiëntie bij volwassenen, adolescenten en kinderen ouder dan 5 jaar. Bij chronische ziekte, inflammatie of meerdere comorbiditeiten kan ijzerdeficiëntie echter ook aanwezig zijn bij hogere ferritinewaarden. In die context adviseert EHA om ferritine samen met andere markers zoals transferrinesaturatie en de klinische context te interpreteren. Ferritinedrempels van 100 µg pe liter of hoger kunnen dan ook relevant zijn.
Behandeling
De behandeling van een ijzerdeficiëntie hangt af van de ernst van de pathologie en van de toestand van de patiënt. Bij een niet-anemische ijzerdeficiëntie zijn een onderbouwd voedingsadvies en begeleiding voldoende om de ijzerstatus te optimaliseren (33). Om het risico op anemie te beperken vragen ook de inname van voldoende vitaminen B12, foliumzuur en A de nodige aandacht (46). In andere situaties is een orale ijzertherapie een goedkope en effectieve behandeling.
Klassiek werden orale ijzersupplementen vaak één- of meermaals per dag voorgeschreven. Mechanistisch onderzoek toont echter aan dat orale ijzerinname de hepcidineproductie tijdelijk verhoogt, waardoor de fractionele absorptie van een snel daaropvolgende dosis kan dalen. Studies met stabiele ijzerisotopen suggereren dat toediening om de andere dag de ijzerabsorptie per ingenomen dosis kan verhogen en dat het opsplitsen van ijzer over meerdere dosissen per dag de absorptie niet noodzakelijk verbetert (34,35). Deze absorptiefysiologie moet echter onderscheiden worden van klinische uitkomsten, zoals de stijging van hemoglobine. Klinische studies tonen tot nu toe geen duidelijke voorkeur voor een alternerende-dag-dosering ten opzichte van een dagelijkse dosering voor de verbetering van hemoglobine of ijzerparameters. Een grote praktijkcohort vond vergelijkbare verbeteringen bij dagelijkse en alternerende-dag-dosering, terwijl meerdere dosissen per dag sneller effect gaven (36). Daarom wordt orale ijzertherapie tegenwoordig bij voorkeur beperkt tot maximaal één dosis per dag. Toediening om de andere dag kan een zinvol en vaak beter verdragen alternatief zijn wanneer gastro-intestinale bijwerkingen of therapietrouw een probleem vormen. Het mag echter niet worden beschouwd als een bewezen betere strategie voor een snellere hemoglobinerespons.
De therapietrouw voor ijzersupplementen blijkt laag omdat ze vaak gastro-intestinale klachten veroorzaken zoals misselijkheid, constipatie en diarree. Om ervoor te zorgen dat de ijzerreserves volledig worden aangevuld, moeten ze bovendien voldoende lang worden ingenomen. IJzersupplementen moeten voldoen aan de ‘guidance level’ (de aanbevolen suppletienorm bovenop de inname via de voeding en die geen gastro-intestinale neveneffecten zal veroorzaken).
IJzersupplementen worden best nuchter ingenomen om interactie met bestanddelen uit de voeding, zoals fytaten, te vermijden. Het supplement innemen met een glas fruitsap, rijk aan vitamine C, is wel aan te raden (37).
Indien patiënten geen orale ijzertherapie verdragen of als deze therapie faalt, moet er worden overgegaan tot een intraveneuze toediening van ijzer. Dit wordt vaak onmiddellijk gestart bij patiënten met een overmatig chronisch bloedverlies, inflammatoire darmaandoeningen, een chronische nierinsufficiëntie of kanker (37).
Nieuwe inzichten - Rol van het microbioom
De wisselwerking tussen de darmmicrobiota en de ijzerhuishouding is een actief, maar relatief jong onderzoeksdomein. Preklinische en mechanistische studies suggereren een tweerichtingsrelatie. Ijzer beïnvloedt enerzijds de samenstelling en activiteit van de dikke darmmicrobiota (38). Anderzijds suggereert Mendeliaans-randomisatieonderzoek dat bepaalde bacteriële genera mogelijk causaal geassocieerd zijn met het risico op ijzerdeficiëntie-anemie (39). Deze bevindingen zijn interessant maar moeten nog voorzichtig geïnterpreteerd worden.
Daarnaast zou dysbiose, bijvoorbeeld bij inflammatoire darmziekten, obesitas of na bariatrische chirurgie, mogelijk kunnen bijdragen aan een verminderde ijzerstatus.
Recente studies suggereren ten slotte dat ijzerdeficiëntie zelf ook veranderingen in de dunne darmmicrobiota kan uitlokken. Dit ondersteunt het idee van een mogelijke tweerichtingsrelatie, al is klinisch bewijs op dit moment nog limiterend (40).
Besluit: er is nog onvoldoende klinische evidentie om microbioomgericht voedingsadvies in de routinepraktijk aan te bevelen.
Gevolgen van te veel ijzer
Bij een te hoge ijzerbelasting kan ijzer zich opstapelen in verschillende organen, voornamelijk in het hart en in de endocriene klieren (41). Dit veroorzaakt een progressieve en irreversibele beschadiging van de organen, nog voor er klinische symptomen optreden (42). De klinische symptomen zijn verhoogde leverenzymen en leveraandoeningen, huidpigmentatie, hartvergroting met of zonder hartfalen of geleidingsstoornissen en impotentie bij mannen (43).
Een te hoge ijzerbelasting kan het gevolg zijn van haemochromatosis (erfelijke ijzerstapelingsziekte), chronische leveraandoeningen, de stofwisselingsziekte Porphyria cutanea tarda of een ineffectieve erythropoëse.
- Stein J, Hartmann F, Dignass AU. Diagnosis and management of iron deficiency anemia in patients with IBD. Nat Rev Gastroenterol Hepatol 2010 Nov;7(11):599-610
- Evstatiev R, Gasche C. Iron sensing and signalling. Gut 2012 Jun;61(6):933-52
- Anderson GJ, Frazer DM, McLaren GD. Iron absorption and metabolism. Curr Opin Gastroenterol 2009 Mar;25(2):129-35
- Miret S, Simpson RJ, McKie AT. Physiology and molecular biology of dietary iron absorption. Annu Rev Nutr 2003;23:283-301
- Ganz T. Hepcidin, a key regulator of iron metabolism and mediator of anemia of inflammation. Blood 2003 Aug 1;102(3):783-8
- Nemeth E, Ganz T. Regulation of iron metabolism by hepcidin. Annu Rev Nutr 2006;26:323-42
- Iolascon A, Andolfo I, Russo R, Sanchez M, Busti F, Swinkels D, Aguilar Martinez P, Bou-Fakhredin R, Muckenthaler MU, Unal S, Porto G, Ganz T, Kattamis A, De Franceschi L, Cappellini MD, Munro MG, Taher A; from EHA‚ÄêSWG Red Cell and Iron. Recommendations for diagnosis, treatment, and prevention of iron deficiency and iron deficiency anemia. Hemasphere. 2024 Jul 15;8(7):e108. doi: 10.1002/hem3.108. PMID: 39011129; PMCID: PMC11247274.
- Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor België – 2016. Brussel: Hoge Gezondheidsraad; 2016. Rapport nr. 9285.
- Sciensano. Micronutriënten: IJzer, Voedselconsumptiepeiling 2022-2023, Juni 2025, Brussel, België, https://www.sciensano.be/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/micronutrienten-mineralen/ijzer
- Miller JL. Iron deficiency anemia: a common and curable disease. Cold Spring Harb Perspect Med 2013;3(7)
- Scientific Advisory Committee on Nutrition. Iron and Health. 2010, published by The Stationery Office, London, UK. 374p.
- Belgische voedingsmiddelentabel – www.internubel.be geraadpleegd op 18 juni 2026
- Verordening (EG) n r. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen
- Lynch SR. Interaction of iron with other nutrients. Nutr Rev 1997 Apr;55(4):102-10
- WHO factsheet Anaemia. 10 februari 2025 - https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/anaemia
- World Health Organization. Worldwide prevalence of anaemia 1993-2005 : WHO global database on anaemia / Edited by Bruno de Benoist, Erin McLean, Ines Egli and Mary Cogswell
- Vandevijvere S, Amsalkhir S, Van OH, Ines E, Moreno-Reyes R. Iron status and its determinants in a nationally representative sample of pregnant women. J Acad Nutr Diet 2013 May;113(5):659-66
- Pynaert I, Matthys C, Bellemans M, De MM, De HS, De BG. Iron intake and dietary sources of iron in Flemish adolescents. Eur J Clin Nutr 2005 Jul;59(7):826-34
- Baraka MA, Steurbaut S, Laubach M, Coomans D, Dupont AG. Iron status, iron supplementation and anemia in pregnancy: ethnic differences. J Matern Fetal Neonatal Med 2012 Aug;25(8):1305-10
- Clark SF. Iron deficiency anemia. Nutr Clin Pract 2008 Apr;23(2):128-41
- Milman N, Clausen J, Byg KE. Iron status in 268 Danish women aged 18-30 years: influence of menstruation, contraceptive method, and iron supplementation. Ann Hematol 1998 Jul;77(1-2):13-9
- Hunt JR. Bioavailability of iron, zinc, and other trace minerals from vegetarian diets. Am J Clin Nutr 2003 Sep;78(3 Suppl):633S-9S
- Deriemaeker P, Alewaeters K, Hebbelinck M, Lefevre J, Philippaerts R, Clarys P. Nutritional status of Flemish vegetarians compared with non-vegetarians: a matched samples study. Nutrients 2010 Jul;2(7):770-80
- Bordalo LA, Teixeira TF, Bressan J, Mourao DM. [Bariatric surgery: how and why to supplement]. Rev Assoc Med Bras 2011 Jan;57(1):113-20
- Brolin RE, Gorman JH, Gorman RC, Petschenik AJ, Bradley LJ, Kenler HA, et al. Are vitamin B12 and folate deficiency clinically important after roux-en-Y gastric bypass? J Gastrointest Surg 1998 Sep;2(5):436-42
- Ruz M, Carrasco F, Rojas P, Codoceo J, Inostroza J, Rebolledo A, et al. Iron absorption and iron status are reduced after Roux-en-Y gastric bypass. Am J Clin Nutr 2009 Sep;90(3):527-32
- Love AL, Billett HH. Obesity, bariatric surgery, and iron deficiency: true, true, true and related. Am J Hematol. 2008;83 (5):403–9
- Causes and diagnosis of iron deficiency anemia in the adult; uptodate.com. Laatst geconsulteerd op 15/08/2013
- Auerbach M, DeLoughery TG, Tirnauer JS. Iron Deficiency in Adults: A Review. JAMA. 2025 May 27;333(20):1813-1823. doi: 10.1001/jama.2025.0452.
- Houston BL, Hurrie D, Graham J, Perija B, Rimmer E, Rabbani R, Bernstein CN, Turgeon AF, Fergusson DA, Houston DS, Abou-Setta AM, Zarychanski R. Efficacy of iron supplementation on fatigue and physical capacity in non-anaemic iron-deficient adults: a systematic review of randomised controlled trials. BMJ Open. 2018 Apr 5;8(4):e019240.
- WHO guideline on use of ferritin concentrations to assess iron status in individuals and populations. Geneva: World Health Organization; 2020. Licence: CC BY-NC-SA 3.0 IGO.
- Iolascon A, Andolfo I, Russo R, Sanchez M, Busti F, Swinkels D, Aguilar Martinez P, Bou-Fakhredin R, Muckenthaler MU, Unal S, Porto G, Ganz T, Kattamis A, De Franceschi L, Cappellini MD, Munro MG, Taher A; from EHA‐SWG Red Cell and Iron. Recommendations for diagnosis, treatment, and prevention of iron deficiency and iron deficiency anemia. Hemasphere. 2024 Jul 15;8(7):e108. doi: 10.1002/hem3.108. PMID: 39011129; PMCID: PMC11247274.
- Heath AL, Skeaff CM, O'Brien SM, Williams SM, Gibson RS. Can dietary treatment of non-anemic iron deficiency improve iron status? J Am Coll Nutr 2001 Oct;20(5):477-84
- Stoffel NU, Cercamondi CI, Brittenham G, Zeder C, Geurts-Moespot AJ, Swinkels DW, et al. Iron absorption from oral iron supplements given on consecutive versus alternate days and as single morning doses versus twice-daily split dosing in iron-depleted women: two open-label, randomised controlled trials. Lancet Haematol 2017;4(11):e524-e533.
- DeLoughery TG, Jackson CS, Ko CW, Rockey DC. AGA Clinical Practice Update on management of iron deficiency anaemia: expert review. Clin Gastroenterol Hepatol 2024;22(8):1575-1583.
- World Health Organization. WHO recommendations on antenatal care for a positive pregnancy experience. Geneva: WHO; 2016.
- Treatment of the adult with iron deficiency anemia; uptodate.com. Laatst geconsulteerd op 15/08/2013.
- Baldi, A., Braat, S., Hasan, M.I. et al. Effects of iron supplements and iron-containing micronutrient powders on the gut microbiome in Bangladeshi infants: a randomized controlled trial. Nat Commun 15, 8640 (2024). https://doi.org/10.1038/s41467-024-53013-x
- Lei W, Liu Z, Lai HP, Fu R. Gut microbiota and risk of iron deficiency anemia: A two-sample Mendelian randomization study. Medicine (Baltimore). 2025 Feb 21;104(8):e41617. doi: 10.1097/MD.0000000000041617.
- Soriano-Lerma, A., Soriano-Suárez, J.S., Garcia-Rodriguez, M. et al. Molecular study of the small intestine dysbiosis derived from iron deficiency anaemia. Sci Rep 16, 14298 (2026). https://doi.org/10.1038/s41598-026-44373-z
- Hoge Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor de Belgische bevolking – 2025. Brussel: HGR; 2025. Advies n° 9805-9807.
- Szalay F. [Hemochromatosis: one form of iron-overload diseases]. Orv Hetil 2013 Jul 1;154(29):1156-64.
- Clinical manifestations of hereditary hemochromatosis - uptodate.com. 2013
Lees meer
Magnesium in de voeding
Hoeveel magnesium heeft ons lichaam juist nodig en waarom is een adequate inname zo belangrijk is? Je leest het hier.
Jodium in de voeding
De jodiuminname in België is een aandachtspunt, vooral bij zwangere vrouwen en jonge kinderen. Ontdek waarom voldoende (maar niet te veel) jodium belangrijk is en welke voedingsbronnen een rol spelen.
Calcium: bouwsteen van de botten
Calcium is essentieel voor gezonde botten. Meer dan 50% van de Belgen neemt minder calcium in dan wordt aanbevolen. Hoe kunnen aanpassingen in het eetpatroon hieraan verhelpen?

