leestijd

Nieuwe voedingsaanbevelingen focussen op voedingsmiddelen

De Hoge Gezondheidsraad heeft op 1 oktober 2019 praktische voedingsaanbevelingen uitgebracht met een focus op voedingsmiddelen. Zij zijn gebaseerd op de beschikbare wetenschappelijke kennis over effecten van voedingsmiddelen op de gezondheid. Nieuw in de aanpak is dat het voedingsadvies wordt weergegeven in volgorde van belang voor onze gezondheid. De voedingsaanbevelingen zijn uitgewerkt door 29 experten uit diverse disciplines.

HGR- focussen op voedingsmiddelen 2019

Van voedingsstoffen naar voedingsmiddelen

De Hoge Gezondheidsraad heeft tot nu enkel voedingsaanbevelingen met een focus op nutriënten uitgebracht (laatste herziening in 2016). Vroeger was het onderzoek naar de effecten van voeding op de gezondheid immers vooral toegespitst op voedingsstoffen. Mensen kopen en eten echter geen voedingsstoffen of nutriënten maar wel voedingsmiddelen zoals groenten, fruit en melk. Bovendien vinden ook steeds meer onderzoeken plaats naar de gezondheidseffecten van voedingsmiddelen. Zij laten zien dat voedingsmiddelen geen simpele optelsom zijn van nutriënten maar dat ze als geheel (de voedselmatrix) moeten worden gezien. De effecten van voedingsmiddelen kunnen met andere woorden verschillen van de verwachte effecten op basis van hun nutritionele samenstelling. Kaas bijvoorbeeld is een bron van verzadigd vet en zout maar blijkt het risico op cardiovasculaire aandoeningen niet te verhogen. Het zou zelfs beschermend kunnen werken. Sommige gezondheidsaspecten zijn evenwel niet los te koppelen van voedingsstoffen (bv. vezels, calcium). Het huidige advies integreert daarom de wetenschappelijke stand van zaken over voedingsstoffen, voedingsmiddelen en voedingspatronen. Bepaalde voedingsmiddelen (bv. aardappelen, eieren, gevogelte, plantaardige dranken) komen weinig of niet aan bod in deze praktische voedingsaanbevelingen. Niet omdat ze geen plaats zouden hebben in een gezonde voeding, maar omdat ze in de 'Global Burden of Disease'-studie (zie verder) niet in verband zijn gebracht met de belangrijkste voedingsgerelateerde gezondheidsproblemen. De Hoge Gezondheidsraad heeft ze daarom niet prioritair behandeld in deze voedingsaanbevelingen en er geen aanbevolen hoeveelheden voor geformuleerd. 

Focus op voedingsgerelateerde aandoeningen die vaak voorkomen in België

Ter voorbereiding van deze voedingsaanbevelingen werden de voornaamste gezondheidsproblemen gelinkt aan voeding in België geïnventariseerd. Dit gebeurde op basis van het SPMA (Standardized Procedures for Mortality Analysis)-programma van Sciensano (het voormalige Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid of WIV) en gegevens van de internationale GBD (Global Burden of Disease)-studie op basis van ramingen van 2016 voor België. Men kwam tot de volgende lijst in volgorde van belang: cardiovasculaire aandoeningen, kanker, diabetes type 2, bronchiale aandoeningen, musculoskeletale ziekten, levercirrose, neurocognitieve stoornissen zoals de ziekte van Alzheimer en voedingstekorten van ijzer, jodium en eiwitten. Vervolgens werd nagegaan welke voedingsstoffen en voedingsmiddelen hierbij betrokken zijn en welke de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden van deze voedingsstoffen en voedingsmiddelen zijn voor de volwassen populatie.

Rekening houden met de eetcultuur van de Belgen

Voedingsadvies moet aansluiten bij de dagelijkse realiteit en haalbaar zijn wil men resultaten boeken. Daarom heeft men rekening gehouden met de gebruikelijke consumptie van de Belgen. Die is in kaart is gebracht door de voedselconsumptiepeiling uitgevoerd in 2014. Zo kon men inspelen op waar de meeste Belgen te veel of te weinig van eten. Vervolgens werd in het advies eveneens aandacht besteed aan aspecten van duurzaamheid, socio-culturele aspecten (bv. het belang van samen eten en hiervoor tijd maken) en hoe we best communiceren over voeding met het doelpubliek.

Vijf prioritaire praktische voedingsaanbevelingen

Op basis van de bovengenoemde elementen heeft de Hoge Gezondheidsraad 5 kernboodschappen vastgelegd waar we de meeste aandacht aan zouden moeten geven omdat hiermee in België de meeste gezondheidswinst te behalen is. Ze worden bovendien weergegeven in orde van belang. 

  1. Eet voldoende en minstens 125 gram volle graanproducten per dag conform je energiebehoefte. Vervang geraffineerde producten door volle graanproducten.
  2. Eet 250 gram fruit (bij voorkeur vers) en 300 g groenten (vers of bereid) per dag. Varieer in soorten en laat je leiden door het seizoen.
  3. Eet wekelijks minstens 1 keer peulvruchten.
  4. Eet 15 tot 25 gram noten of zaden per dag (zonder zoute of zoete omhulsels). Geef de voorkeur aan noten en zaden rijk aan omega 3-vetzuren (bv. walnoten).
  5. Beperk de inname van zout tot maximaal 5 g zout per dag. Kies voor producten arm aan zout en beperk het toevoegen van zout aan bereidingen en aan tafel. Kruiden en specerijen (en niet-gezouten mixen) zijn goede alternatieve smaakmakers.

Deze voedingsprioriteiten met de grootste gezondheidsvoordelen voor volwassenen worden ook weergegeven in de ‘Voedingstak: 5 pijlers om beter te eten’.

Zeven aanvullende praktische voedingsaanbevelingen

Naast de 5 kernboodschappen mag men ook het belang van de onderstaande 7 aanbevelingen niet over het hoofd zien. De aanvullende voedingsaanbevelingen zijn eveneens opgesomd in orde van belang.

  1. Gebruik tussen 250 tot 500 ml melk of melkproducten per dag. Bij een verbruik lager dan 250 ml per dag moet men aandacht hebben voor andere bronnen van eiwitten, calcium en vitaminen.
  2. Eet 1 tot 2 maal per week vis of schaal- of schelpdieren, waarvan 1 maal vette vis en bij voorkeur duurzame vissoorten.
  3. Eet maximaal 300 g rood vlees per week. Rood vlees kan worden afgewisseld met peulvruchten, vis, gevogelte, ei en andere volwaardige vervangproducten.
  4. Eet maximaal 30 g bewerkt vlees per week. Vervang vleeswaren door vis uit blik, spreads van peulvruchten of groenten, fruit, verse kaas.
  5. Neem zo weinig mogelijk dranken en voedingsmiddelen met toegevoegde suiker.
  6. Streef naar een voldoende inname van calcium (minimum 950 mg per dag) uit verschillende bronnen, waaronder melk en melkproducten.
  7. Voorzie voldoende poly-onverzadigde vetzuren waaronder vooral ook omega 3-vetzuren. Verkies koolzaad-, soja- en walnootolie, niet-tropische oliën, smeervetten en vloeibare bak- en braadvetten ter vervanging van harde margarines en boter en gebruik noten en zaden.

Bijkomende aandachtspunten die in België verband houden met belangrijke gezondheidsproblemen zijn de inname van te veel transvetzuren en toegevoegde suikers en tekorten aan vitamine D, foliumzuur, jodium, ijzer en water.
In deze voedingsaanbevelingen is geen aandacht geschonken aan voedingsstoffen die aan voedingsmiddelen worden toegevoegd of als voedingssupplementen worden aanbevolen (hieraan werd ruim aandacht besteed in de voedingsaanbevelingen voor België 2016).

In lijn met de voedingsdriehoek

Deze nieuwe voedingsaanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad liggen volledig in lijn met de aanbevelingen van de voedingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven. Gezond Leven zal haar informatie de komende maanden uitbreiden met aanbevelingen over hoeveel iemand van de verschillende voedingsmiddelen nodig heeft op dag- of weekbasis, en dit voor verschillende leeftijdsgroepen.

Referenties
  1. Hoge Gezondheidsraad. Voedingsaanbevelingen voor de Belgische volwassen bevolking met een focus op voedingsmiddelen - 2019. Brussel: HGR; 2019. Advies nr. 9284 - https://www.health.belgium.be/nl/advies-9284-fbdg-2019

Meer weten?

Voedingsmiddelen

Elk voedingsmiddel levert een unieke waaier aan voedingsstoffen. Verboden voedingsmiddelen bestaan niet. Mate, variatie en evenwicht zijn de sleutelwoorden.

Voedingsdriehoek

De voedingsdriehoek is een goede leidraad om gezond te eten. Gezond eten draagt bij tot een goede gezondheid.

Voedingsaanbevelingen voor België

De Hoge Gezondheidsraad stelt per voedingsstof en per levensfase algemene voedingsaanbevelingen voor België op.

OP DEZE PAGINA